artikel

Nieuwe bio-olie biedt forse brandstofefficiëntie

Werkplaats & Onderhoud 1137

0W-20 is de nieuwe norm voor nieuwe auto’s. Maar de Italiaanse oliefabrikant Eni, voorheen Agip, gaat nog een stap verder en introduceert ook een bio-0W-20. Vijftien jaar geleden was 10W-40 de norm, tien jaar geleden was dat 5W-30 en nu schrijven Volkswagen, Renault, PSA, GM en Daimler voor nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2020 allemaal 0W-20 voor. Slechts een enkeling, zoals GM, blijft voor diesels nog even vasthouden aan 0W-30, maar de 0W-trend is duidelijk. Die ontwikkeling gaat zo snel dat een aantal autofabrikanten vanaf 2020 een 0W-16 voorschrijft voor benzinemotoren en in Japan wordt al gesproken over 0W-12 en 0W-8. Waar komt die hang naar lagere viscositeit vandaan?

Nieuwe bio-olie biedt forse brandstofefficiëntie

Downsizing is de sleutel

Autofabrikanten downsizen de motoren, passen lichtere constructiematerialen toe, monteren grote turbo’s en kiezen voor start-stopsystemen en variabele kleptiming. Om de emissie-eisen van 2030 te halen (40 procent CO2-reductie), verschuift de aandacht naar olie met een lagere viscositeit. ‘Dunne’ olie veroorzaakt minder wrijving, dus dat lijkt een effectieve manier om brandstof te besparen. Een lagere viscositeit heeft op dit moment de grootste prioriteit, maar kan de olie-industrie die uitdaging aan?

Slijtage en volatiliteit

Eni ziet twee uitdagingen. Vloeistoffen met lage viscositeit hebben een dunnere oliefilm, waardoor het moeilijker is om de oliefilm in stand te houden, met wrijving en versnelde slijtage als mogelijk gevolg. De tweede uitdaging is de volatiliteit, want als de viscositeit daalt, neemt de volatiliteit toe. Bij hoge bedrijfstemperaturen kunnen dan de lichtere uiteinden van de koolwaterstoffen verdampen. Dat duwt de viscositeit omhoog, waardoor elke verbetering van de brandstofbesparing verloren gaat als gevolg van meer wrijving.

Autofabrikanten zijn inmiddels ook heel stellig dat als ze 0W-20 voorschrijven, dat ook voor elke volgende vulling geldt

Beschikbaarheid van basisvoorraden

Voor de productie van smeermiddelen met lage viscositeit zijn basismaterialen met een lagere viscositeitswaarde, een hogere viscositeitsindex (VI) en een lagere vluchtigheid nodig. Eni maakt 0W-20 met geavanceerde basisoliën uit groep 3 en vooral groep 4. Deze basisoliën zijn duurder dan een 5W-30. Eni levert 0W-20 voor onder andere Volvo, Volkswagen, Porsche, een aantal Japanse fabrikanten en binnenkort volgen BMW en Mercedes-Benz. Autofabrikanten zijn inmiddels ook heel stellig dat als ze 0W-20 voorschrijven, dat ook voor elke volgende vulling geldt.

Bio OW-20 EniEni maakt bio-0W-20

0W-20 zit aan het plafond van de technische mogelijkheden. Toch slaagde Eni er in om een bio 0W-20 te introduceren. Deze bio-olie is gemaakt van een hernieuwbare bron (planten) met natuurlijke bio‑esters. Eni produceert deze olie in eigen huis (Matrica) met eigen technologie, zowel wat betreft de ruwe materialen als de additieven. Eni maakt twee high-performance bio-oliën: de Eni i‑Sint Bio Tech 0W‑20 (voor benzine‑ en hybride auto’s) en Eni i-Sigma Bio 10W-30 (voor trucks).

Eni’s vlaggenschip

Ten opzichte van een ‘normale’ 0W-20 realiseert de Eni i-Sint Bio Tech maar liefst een 17 procent lager brandstofverbruik. Dankzij de uitstekende smeereigenschappen bij lage temperaturen, een lage volatiliteit, een hoge oxidatiestabiliteit en een spectaculaire brandstofbesparing blijft de interval van 30.000 km gehandhaafd. Ingewijden in de olie-industrie noemen de ‘bio’ 0W-20 de grootste technische ontwikkeling van de afgelopen 25 jaar. Eni i‑Sint Bio Tech 0W‑20 voldoet aan de eisen van alle Japanse hybride auto’s en daar zullen de Europese fabrikanten waarschijnlijk snel bijkomen. De voordelen zijn niet te negeren, terwijl de grenzen van de mogelijkheden nog niet eens in zicht zijn.

Dit artikel is gesponsord door Eni

Reageer op dit artikel