Is de Innovam Bedrijfsschool hét middel tegen personeelstekort in de werkplaats? Als het aan de opleider ligt wel. Het aantal studenten is in ieder geval zo gegroeid dat het concept uit zijn jasje groeide. Daarom opende Innovam een nieuwe locatie in Houten.
Autotechniek en schadeherstel
De naam ‘Bedrijfsschool’ is even simpel als treffend. Het gaat hier om reguliere beroepsopleidingen op MBO-niveau 2 en 3, op maat gemaakt om aan te sluiten bij de behoeften van specifieke bedrijven. Ze zijn er in de richting personenautotechniek, maar ook voor schadeherstel en fietstechniek. De nieuwe locatie in Houten is volledig ingericht als een moderne automotive werkplaats.
Op deze locatie volgen vooral studenten van grote dealerbedrijven onderwijs. Inmiddels hebben onder meer Van Mossel, Louwman en Emil Frey (o.a. Nefkens, Ekris, ABD) een aantal eigen klassen met opleidingen op maat. “Doordat deze bedrijven zo groot zijn kunnen ze gemakkelijk klassen vullen”, verklaart Leo Fransen, CEO van Innovam. “Inmiddels volgen hier vijftien klassen onderwijs, en omdat we kiezen voor een persoonlijke aanpak zijn deze klassen maximaal twaalf leerlingen groot.”

De opleidingen worden op verschillende manieren aangepast aan de behoeften van het bedrijf, zegt Fransen. “Denk daarbij bijvoorbeeld aan de lestijden, die worden zo afgestemd dat ze bij de planning aansluiten.”
Ook de inhoud wordt tot op zekere hoogte aangepast. “Storingen laten zich lastig plannen, maar zo nu en dan lukt het om te werken aan een échte auto van een door de betreffende dealer gevoerd merk.”
Voor wie is de bedrijfsschool bedoeld?
Aan de zakelijke kant is er dus volop behoefte aan deze bedrijfsscholen, maar wat voor studenten krijgen hier les? “We richten ons niet op de 16-jarige die van het vmbo naar het mbo stroomt”, zegt Fransen, “we zien vooral iets oudere studenten die op een later moment besluiten om voor autotechniek te gaan. Ook zien we mensen die al binnen een bedrijf werkzaam waren, in het vak gerold zijn, maar nog geen passende opleiding hebben.”
Hoewel de bedrijfsscholen momenteel vooral grote dealerholdings aanspreken, wordt het onafhankelijke autobedrijf niet vergeten. “Voor hen is het wat moeilijker in te passen omdat ze niet het schaalvoordeel hebben”, zegt Fransen, “maar als we studenten van verschillende onafhankelijke bedrijven uit een regio bij elkaar kunnen voegen, kunnen we toch klassen met gelijkgestemden vullen.”
Wij leren studenten wat ze echt willen leren, met weinig focus op wat hen niet ligt”
Techniek staat voorop
Wat alle studenten van een bedrijfsschool gemeen hebben, is behoefte aan echt praktijkonderwijs. “Daarom zetten we de techniek voorop”, zegt Fransen. “Vakken als Nederlands, Engels en burgerschap zijn nodig voor het halen van een diploma, maar we maken het niet groter dan nodig. Wij leren studenten wat ze echt willen leren, met weinig focus op wat hen niet ligt. Een heel moderne vorm van onderwijs, als je mij vraagt.”
Manager Opleiden Automotive Gijs ter Bruggen ziet nog een groot voordeel van de bedrijfsschool als opleiding naast het ROC. “De leermeester is binnen het autobedrijf van levensbelang, maar het is ook een zware taak. Meer dan één startende student per leermeester zit er vaak niet in. Doordat leerlingen van een bedrijfsschool ook bij ons persoonlijke begeleiding krijgen, en grote stappen maken, zien we dat het wél kan. Een leermeester kan én een ROC-leerling én een van onze studenten tegelijkertijd begeleiden, terwijl dat niet lukt met twee starters van het ROC.”

Uitval kost anderhalve ton
Relatiemanager Louis van Laarhoven geeft aan hoe belangrijk goede begeleiding is. “Er is echt instroom genoeg”, ontkracht hij een bekend misverstand, “het probleem is dat meer dan de helft van de studenten binnen de eerste twee jaar uitvalt.” Hoe dat komt? “Er zijn meerdere oorzaken. Zo blijven ze bijvoorbeeld niet gemotiveerd omdat ze te simpele werkzaamheden moeten uitvoeren, de werksfeer niet bevalt, bedrijven zich niet flexibel opstellen of de menselijke kant uit het oog verliezen. We horen het allemaal, en daar moet echt iets aan gebeuren. In deze bedrijfsscholen zit een deel van de oplossing.”
Als de student in het tweede jaar stopt, dan is het verlies voor de werkgever zo’n 20.000 euro”
Dat een uitgevallen leerling, naast menselijk leed, ook financiële pijn veroorzaakt becijfert Thomas Duijn, accountmanager bij Innovam. “Het leertraject, inclusief het opleiden zelf, kost een werkgever in twee jaar zo’n anderhalve ton. Als de student in het tweede jaar stopt, dan is het verlies zo’n 20.000 euro.” Met deze getallen wil hij aantonen hoe belangrijk het is om leerlingen te blijven motiveren. “Want als iemand het tweejarige opleidingstraject helemaal doorlopen heeft, betaalt de investering zich uit in een winst van 30.000 euro. En, nog belangrijker, we zien dat geslaagde leerlingen loyale medewerkers van het bedrijf worden.”
Niemand valt uit
De bedrijfsscholen richten zich momenteel op onderwijsniveaus 2 en 3. “Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat we per persoon kijken welk niveau passend is”, zegt CEO Fransen. “Je ziet regelmatig dat niveau 3 als einddoel voor iedereen wordt gewenst, daar zijn we het niet mee eens. Als iemand zich beter voelt bij niveau 2, dan zien we dat en gaan we hem niet demotiveren met ambities die niet bij hem passen.”
Het resultaat is, als we Leo Fransen mogen geloven, klinkend. “Tot nu toe heeft iedere deelnemer van een van onze bedrijfsscholen de eindstreep gehaald.” Echt iedereen? “Goed, er zijn een paar gevallen waarbij de werkgever het arbeidscontract van de student voortijdig heeft beëindigd, maar afgezien daarvan is er nog geen student gestopt.”


















