nieuws

Smeert Head & Shoulders beter dan motorolie?

Werkplaats & Onderhoud

Smeert Head & Shoulders beter dan motorolie?

Wel of geen additieven toevoegen aan de motorolie? Sinds het thema-artikel over olie en additieven in AMT 7/8 is daar een discussie over losgebarsten. Additievenleveranciers beloven goede resultaten, maar olieleveranciers raden het gebruik van extra additieven af. Wie moet je geloven? We vroegen het aan een leverancier van smeerolie én additieven. En we leerden iets over de betrouwbaarheid van laboratoriumtestjes…

Eerst terug naar TSL. Dat is een wrijvingverlager die je achteraf aan de olie kunt toevoegen. “Daarmee verminder je slijtage en brandstofverbruik”, zegt TSL. En TSL toont in een video dat het middel de wrijving ook echt verlaagt.

Prima toch?

Da’s mooi. En wie kan daar nou bezwaar tegen hebben? Nou, oliespecialist Maarten Beckers van Shell bijvoorbeeld. Hij legde in het TSL-bericht kort, en aan de hand van een lezersvraag in AMT 9 uitgebreid, uit dat een motorolie aan een enorme hoeveelheid eisen moet voldoen. En dat het helemaal niet moeilijk is om er eentje uit te pikken en de prestaties van de olie op die eis te verbeteren. Maar wel jammer dat additieven die dat doen de prestaties op die andere deelgebieden in gevaar kunnen brengen. Niet gebruiken dus, is zijn advies.

Head & Shoulders smeert het beste!

Tja, en toen zette Lymon zijn commentaar onder het TSL-bericht: “Die testmachine in de TSL-video word ook wel een ‘one-arm bandit’ genoemd, omdat de resultaten zeer beïnvloedbaar zijn. Dit is absoluut geen betrouwbare test om frictie mee te bepalen.” En voor wie dat niet gelooft: “Zie hier zo’n zelfde test, maar dan met Head & shoulders-shampoo als ‘wonderolie’.”

Additieven vernieuwd

Juist, en nu komt er bericht van Liqui Moly: “Onze twee belangrijkste antislijtage additieven hebben een upgrade gekregen: Cera Tec en Motor Protect.” David Kaiser, hoofd van de R&D van Liqui Moly legt uit hoe die additieven werken. Eerst Motor Protect: “Dat bevat zogeheten friction modifiers. Die beschermen de motor chemisch tegen slijtage. De werkzame bestanddelen hechten zich aan de metaaloppervlakken, maken de oppervlaktestructuur glad en vormen daar een reactielaag die het rechtstreeks contact van metaal op metaal reduceert.”

Ook deeltjes

En dan Cera Tec: “Dat beschermt zelfs dubbel. Het bevat eveneens een chemische bescherming, maar daarnaast ook een fysische: Minuscule keramische partikeltjes werken als een vaste smeerstof. Het metaal glijdt hier uitzonderlijk goed overheen.” En geen zorgen, want: “De keramische deeltjes zijn zo klein dat zij het oliefilter en alle olieboringen moeiteloos kunnen passeren. Cera Tec biedt maximale slijtagebescherming, Motor Protect is de ideale keus, wanneer men geen vaste smeerstoffen in de motorolie wenst.”

Vuilopnemend vermogen

Waarom je dat niet zou willen? Ook daar ging Maarten Beckers van Shell eerder op in: “Met zo’n additief stort je je motorolie dus vol vaste deeltjes. Daarmee gebruik je meteen al een groot deel van het vuil-opnemend vermogen van de motorolie.”

Waarom niet meteen?

Een dus de vraag waarom Liqui Moly beide additieven niet gewoon zelf al aan zijn motorolie toevoegt? Voordat het echte antwoord komt, sputtert Liqui Moly iets over prijs: “Als we die additieven toevoegen, maken we onze oliën duurder, ook voor gebruikers die er geen waarde aan hechten.”

Geen goedkeuring

Maar dan komt de echte reden: “Het komt door de autofabrikanten. Om te voldoen aan hun specificaties moeten we ons nauwkeurig aan de voorgeschreven recepten houden. Als we daarvan afwijken, door bijvoorbeeld Cera Tec toe te voegen, voldoen we niet meer aan hun standaards en zouden we dus geen goedkeuring krijgen. Ook al zou de olie dan wel betere bescherming tegen slijtage bieden.”

We hebben er wel één

Overigens is er wel een olie waar Liqui Moly een aftermarket additief aan toevoegt: “In onze MoS2 Leichtlauf 10W-40 gebruiken we een ouder antislijtage additief. Dat is gebaseerd op MoS2, een vast smeermiddel. Deze olie is geschikt voor oudere auto’s maar heeft geen goedkeur van een autofabrikant.”

Reageer op dit artikel