artikel

EV-Veilig werken is norm(aal)

Werkplaats & Onderhoud 2146

Hoe werk je veilig aan hybride en EV-voertuigen? Wie mag waar aan sleutelen en welk gereedschap heb je nodig? Dat staat in de NEN 9140-veiligheidsnorm. Opgesteld door en voor de vakmannen van de werkvloer. Arjen Woudstra van GMTO is nauw betrokken bij de herziening van de norm die in mei zal gaan gelden. Hij vertelt wat anders is in de herziene norm.

EV-Veilig werken is norm(aal)
Riscoanalyse: check! Voertuig veiliggesteld: check! Persoonlijke beschermingsmiddelen: check! De juiste Ev-kennis: check! Mooi, dan kan je veilig aan de slag!

Sinds 2013 is de NEN 9140 geldig in de autobranche. “We kennen de norm nu vijf jaar en hebben gekeken of er draagvlak is voor een herziening. Is het vanuit de praktijk nodig om de norm te verbeteren?”

GMTO werkt al geruime tijd samen met NEN. “Wij zijn ‘norm-afnemer’. Volg je bij ons een gecertificeerde opleiding op het gebied van hybride/EV, dan ontvang je naast een geldig certificaat en een pakket veiligheidsmiddelen voor in de werkplaats ook de NEN-norm zelf.”

Vanuit die samenwerking wordt Woudstra gevraagd om als voorzitter van de werkgroep Opleiding mee te werken aan de normherziening. “Samen met collega’s uit de branche nadenken over het werkveld. Een flinke klus, want we hebben bijna anderhalf jaar aan de herziening gewerkt. Een intensief proces, maar een mooie kans om de praktijk en de norm dichter bij elkaar te brengen.”

Overzicht

Wat is de grootste verandering in de herziene norm? “We hebben overzicht gecreëerd voor de techneut. De regels en de praktijk in de werkplaats sluiten beter op elkaar aan. Daarnaast is de tekst overzichtelijker én heeft de norm meer beeld dan woorden. Dat is beter, want techneuten zijn over het algemeen geen lezers.

Wie?

Werk je aan Hybride en EV’s in de werkplaats, dan moet je gecertificeerd zijn. Elk bedrijf moet beschikken over EV-Vakbekwaam Persoon. Daarnaast moet er een EV-eindverantwoordelijk Persoon aangewezen worden. In een kleiner bedrijf is dat meestal de Vakbekwaam Persoon, bij grotere werkplaatsen kan dat ook iemand anders zijn. Verder kent de norm ook een Voldoende Opgeleid Persoon en een Niet EV-Opgeleid Persoon (zie kader).

De flowchart helpt je stap voor stap bij het inventariseren van de aard van de werkzaamheden en het bepalen van de risico’s. Vervolgens kan je de juist techneut op de juiste klus inzetten.

Flowchart

Bij iedere klus moet vooraf de aard van de werkzaamheden bepaald worden en in een risicoanalyse vastgelegd. Deze analyse stelt de EV-werkverantwoordelijke van het bedrijf op. Het formulier dat je hiervoor moet invullen vind je ook in de herziene norm terug. Om de techneut te helpen bij die risicoanalyse is een overzichtelijke flowchart gemaakt die je daar stap voor stap bij helpt.

“Veel techneuten denken, wat stelt dat nou voor, maar het is echt belangrijk!” Woudstra geeft een simpel voorbeeld: “Er moet een uitlaat (middendemper) van een hybride voertuig vervangen worden. Stelt op zich niets voor, tot je het met de slijptol gaat doen en de HV-kabels zich niet zichtbaar in een dunne goot naast de uitlaat bevinden. Dan wordt het ineens een andere situatie. Dat is wat bedoeld wordt met het bepalen van de aard van de werkzaamheden en de bijbehorende risicoanalyse. Je snapt dat dit beoordeeld moet worden door iemand die dit risico goed kan inschatten en de techniek goed begrijpt.”

Wie mag wat?

De norm kent verschillende gradaties in werkplaatspersoneel, we zetten ze even op een rij:

• een niet-EV opgeleid persoon (Leek):  mag het voertuig de werkplaats inrijden, het voertuig uitschakelen en de werkplek markeren.
• een EV-voldoende onderricht persoon (VOP): mag werken aan HV-componenten onder toezicht van een Vakbekwaam Persoon.
• een EV-vakbekwaam (VP)/-werkverantwoordelijk persoon: mag werken aan HV-componenten én werkzaamheden aan de HV-batterij uitvoeren.

Een EV-werkverantwoordelijk persoon, vaak de chef werkplaats, moet over het niveau van EV-vakbekwaam persoon beschikken. Als deze voertuigen in jouw werkplaats verschijnen, moet je de kennis en een EV-werkverantwoordelijke in huis hebben. Dat geldt ook voor de NEN-norm zelf en het voorgeschreven gereedschap.

Brandgevaar

“Ander voorbeeld; je laat een leerling de ruitenwissers van een hybride voertuig vervangen. Hij checkt gelijk ook even de vloeistoffen. Hij ziet dat het koelvloeistofpeil erg laag staat. Nu denk je: ”Welke van de twee?” Nou, die van het HV-koelsysteem! De beste jongen heeft echter geen idee. De koelvloeistof lekt inwendig in de HV-inverter en dat is een potentieel brandgevaar! Vakbekwaamheid op dit gebied gaat zorgen voor een goed advies.”

Naast de werkgroep Opleidingen zijn er nog twee werkgroepen die de Nen mede-opstellen: De werkgroep Hulpverlening en Accutechniek. “Het brandgevaar dat bestaat bij EV’s wordt in de oude norm beschreven, maar summier. Daar gaan we in de herziene versie veel dieper op in.”Opgenomen is bijvoorbeeld hoe je een EV in de showroom moet stallen en hoe te handelen bij brand en hoe werk je aan de ev-schadevoertuig?

Meer Nen 9140

In AMT 5 lees je uitgebreid over de herziene NEN 9140-norm. Dan krijg je antwoorden op vragen als:
• Moet je voor regelmatig terugkerende werkzaamheden aan EV telkens een nieuwe risico-analyse maken?
• Wat moet je doen als er brand uitbreekt in een EV-voertuig?
• Hoe ziet de norm er in andere Europeese landen eruit?
• Ik ben al gecertificeerd, moet ik nu opnieuw een training volgen om aan de herziene norm te voldoen?

 

Reageer op dit artikel