artikel

Gericht zoeken naar oorzaken van aircostoringen

Werkplaats & Onderhoud 7501

Een aircostoring, daar kijkt menig monteur niet naar uit. Maar geen nood: specialist Richard Groot van Denso laat je in dit artikel in vogelvlucht zien hoe je gericht naar oorzaken van aircostoringen speurt, welke metingen je kunt doen en hoe je verspilling van steeds duurder wordend koudemiddel voorkomt.

Gericht zoeken naar oorzaken van aircostoringen
Zeker met het oog op de steeds duurder wordende koudemiddelen is een goede diagnose stellen in plaats van ‘even opnieuw afvullen’ absoluut rendabel.

Het is warm buiten, tropisch warm. De klant stampt de garage binnen met een rood hoofd. De airco werkt niet, het is bloedheet in de auto en hij moet nog op pad vandaag. Zeker nu is het zaak dat je als monteur het hoofd koel houdt en logisch en gestructureerd te werk gaat. Aircospecialist Richard Groot van Denso laat zien hoe je dat doet.

Klacht bevestigen

De eerste stap bij een klacht van een klant over de airco is bevestigen dat er inderdaad een storing in het aircosysteem zit. Begin niet gelijk met leeghalen en vullen van het aircosysteem, om te controleren of er wellicht te weinig koudemiddel in zit. Richard Groot: “In de praktijk gebeurt dit helaas wel regelmatig. Zeker met de huidige prijs van koudemiddel is het echter absoluut ongewenst.”

Zoveel mogelijk uitsluiten

Vuilophoping tussen radiateur en condensor beperkt de luchtstroom en heeft een slechte
warmteafgifte van de condensor tot gevolg.

Richard stelt dat het bij het diagnosticeren van een aircostoring zaak is om zoveel mogelijk oorzaken uit te sluiten. “Door middel van ‘touch and feel’ krijg je een eerste indruk of het aircosysteem al dan niet functioneert. Schakelt de compressor in? Heeft de compressor een magneetkoppeling of is het een continu aangedreven, variabele slag compressor? Is bij een variabele slag compressor de limiter in de pulley gebroken? Zitten er foutcodes in het climate control-systeem, zodat de variabele slag compressor niet wordt aangestuurd?”
 

 

Koudemiddelcircuit analyseren

Aircodiagnose wordt steeds belangrijker en levert steeds meer omzet op. Goede apparatuur verdient zich zeker terug.

Wanneer uit de eerste check blijkt dat de aansturing naar behoren werkt, moet de storing in het koudemiddelcircuit worden gezocht. Richard instrueert: “Zet de airco op maximaal koud. De compressor gaat nu naar de maximale opbrengst. Met een losse drukmeter of de drukmeters van het aircovulstation meet je nu de drukken in het aircosysteem.”

Hij stelt dat de zuigdruk bij een ingeschakeld systeem tussen de 1,7 en 2,2 bar moet liggen. De hoge druk is afhankelijk van de temperatuur rond de condensor. Deze moet tussen de 12 en 15 bar liggen. “Zijn de drukken te laag, dan wil dit nog niet zeggen dat het systeem lek is. Tien procent verlies aan koudemiddel in een jaar is niet abnormaal. Dit ‘natuurlijke’ verlies is mede afhankelijk van het gebruik van het aircosysteem.”

Stationair wel koel, rijdend niet

Een aircoprobleem dat je als monteur flink wat hoofdbrekens kan bezorgen, is dat van de airco die stationair perfect koelt, maar zich al rijdend niet van zijn taak kwijt. Richard Groot van Denso: “Bij de diagnose in de werkplaats kom je niets afwijkends op het spoor. Ook de diagnosetool laat in eerste instantie geen afwijkingen of foutmeldingen zien. Verhoog het motortoerental naar zo’n 1.500 toeren en controleer de temperaturen van de verdamperleidingen (in/uit). Wanneer de verdampertemperatuursensor een foutieve waarde geeft, kan dit ervoor zorgen dat de verdamper bevriest. Hierdoor neemt de koelcapaciteit uiteindelijk af. Dit is een prima voorbeeld van waarom ook de leidingtemperaturen van het aircosysteem gecontroleerd moeten worden en niet alleen maar de drukken, om tot een goede diagnose te komen.”

Temperatuur meten

Richard vertelt dat niet alleen de drukken belangrijk zijn voor het stellen van een goede diagnose. “Het is ook zaak om de temperaturen van de verschillende onderdelen van het systeem te meten. Daarvoor gebruik je een leidingtemperatuurmeter. De zuigleidingtemperatuur moet tussen de 5 en 10 graden Celsius liggen. De temperatuur na de (subcool)condensor moet zo’n 45 graden Celsius zijn.”

Vuilophoping tussen radiateur en condensor beperkt de luchtstroom en heeft een slechte warmteafgifte van de condensor tot gevolg.

Te hoge druk

Uiteraard is de buitentemperatuur hierbij van belang. Door de oververhitting en nakoeling te meten, heb je al een redelijk goede indruk van de werking van het koudemiddelcircuit. Richard: “Een te hoge druk aan de hogedrukzijde wijst op een slechte warmteafgifte van de condensor. Is er vuil opgehoopt tussen condensor en radiateur die de luchtstroom beperkt? Draait de koelfan op beide snelheden? Zijn de lamellen van de condensor verbogen of vergaan? Een te hoge druk betekent een zware thermische belasting van de compressor. Zeker in de warme zomermaanden kan deze constante hoge belasting – veroorzaakt door de slechte warmteafgifte van de vervuilde, ‘versleten’ condensor – tot uitval van de compressor leiden.”

 

 

Reageer op dit artikel