nieuws

Resultaten Brabantse proeven coöperatief rijden

Techniek

Resultaten Brabantse proeven coöperatief rijden

Coöperatief rijden is veiliger, comfortabeler en zuiniger, maar het duurt nog jaren voor het echt doorbreekt. Toch zijn er al hulpmiddelen die automobilisten helpen veiliger, comfortabeler en schoner te rijden. Ruim 600 testrijders namen vorig jaar deel aan vier verkeersproeven in Brabant. Wat zijn de conclusies?

In 2011 was AMT aanwezig bij een test waarin auto’s coöperatief rijden. Die vond plaats op de A270 tussen Eindhoven en Helmond. In 2012 vonden vier andere verkeersproeven plaats in Brabant. Beter Bereikbaar Zuidoost-Brabant coördineert de in-car programma’s. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincie Noord-Brabant en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven steunden de nieuwe proeven met twee miljoen euro.
Bij Brabant in-car II stonden de effecten van actuele informatie in de auto op het weggedrag centraal. Deelnemers kregen de actuele informatie via een smartphone, tablet of navigatiesysteem.

Snelheidsadvies bij files

De eerste proef werd uitgevoerd op het traject Eindhoven-Helmond-Deurne. Daar kregen automobilisten een snelheidsadvies bij het naderen van een file, verkeerslicht en groene golf traject. In totaal namen 80 deelnemers deel aan CONTRAST, CONtrolled TRAffic Support Technology. Het doel was de verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren.

Minder optrekken en remmen

Uit de meetgegevens blijkt dat de gemiddelde snelheid op het traject gelijk bleef, maar de variatie in snelheden wel afneemt. De gemiddelde snelheid neemt nauwelijks af omdat het aantal deelnemers relatief klein is. De acceleratie en deceleratie daalde met 5%. Dat duidt op minder heftig optrekken en afremmen.

Snelheidsadvies via radiogolven

Een andere proef met de groene golf is RDSA. Dat staat voor Radio Dynamic Speed Advice. Het navigatiesysteem maakt gebruik van een aangepaste stekker met FM-antenne. Die geeft het snelheidsadvies, dat ook langs de weg op de groene golf signaalborden staat, door aan het navigatiesysteem.
Het navigatiesysteem toont ook de snelheid voor een blauwe golf. Die verbetert de verkeersveiligheid en verkort de aanrijtijd van hulpdiensten, door automobilisten te waarschuwen.

Opvolging snelheidsadvies vindt snel plaats

Na 250 meter hield 70% van de 250 deelnemers aan de proef zich aan de afgegeven adviessnelheid. Toch werden er geen grote effecten op de doorstroming gemeten, omdat het aantal deelnemers te beperkt was op het totale verkeer. Deelnemers hadden wel een gelijkmatiger rijgedrag met minder stops en een hogere gemiddelde trajectsnelheid, vooral in de spits.

Geen overvolle snelwegparkeerplaatsen

Een andere uitgevoerde proef is ParckR. Via een smartphone app kregen vrachtwagenchauffeurs actuele informatie en verwachte drukte op parkeerplaatsen naast de A16, A58 en A67. Chauffeurs kunnen hun rij- en rusttijden zo beter plannen en de app voorkomt gevaarlijk geparkeerde vrachtauto’s, door ze beter te verdelen over de parkeerplaatsen langs de snelwegen.

Goed idee, maar te weinig deelnemers

De app berekent de bezettingsgraden van de parkeerplaatsen op Floating-Vehicle-Data en feedback van chauffeurs. De app is 700 keer gedownload, maar werd door slechts 100 chauffeurs actief gebruikt. Helaas kreeg het onderzoeksteam te weinig feedback om conclusies te trekken. Dat is vreemd, want 84% van de Nederlandse en 94% van de buitenlandse chauffeurs vindt ParckR een goed idee.

Competitie zuinig rijden

De laatste proef heet Smart-in-car. Aan de proef namen 200 regionale taxi’s en auto’s van de ANWB deel. Die kregen een OBU, On Board Unit, ingebouwd die informatie verzamelt over het rijgedrag. De OBU’s zijn gekoppeld via de CAN-bus en hebben een GPS-verbinding. In een competitie is de informatie via een smartphone aangeboden aan de chauffeurs en wagenparkbeheerders.

Tevreden met 1% besparing

Gemiddeld werd een brandstofbesparing van 1% gerealiseerd. Dat ligt in lijn met de verwachting, want de chauffeurs zijn over het algemeen goed opgeleid en hebben een cursus zuinig rijden gevolgd. Toch zegt meer dan de helft van de deelnemers veiliger en comfortabeler te gaan rijden. Daarbij geven ze wel aan langer onderweg te zijn.

Hoe nu verder?

Het project CONTRAST gaat door met de ontwikkeling van coöperatieve systemen, met vooral RDSA. De toepassing van CONTRAST lijkt vooralsnog vooral in Nederland plaats te vinden.
De proef met ParckR heeft een nog niet bestaande dienst opgeleverd, waar veel interesse in is. Er komt een vervolg op Europese schaal.
Smart-in-car heeft ertoe geleid dat een merkonafhankelijk platform voor het gebruik van CAN-bus data kan communiceren met andere systemen. Dat kan leiden tot coöperatieve systemen tussen verschillende automerken.
Dit jaar volgt er een nieuw project voor de verkeersproblemen op de A67 en in 2014 volgt een onderzoek naar het voorkomen van spookfiles op de A58.

Reageer op dit artikel