artikel

Klassieke lambdasensor versus breedband (2003-05)

Techniek Premium

Bij moderne benzinemotoren komen we naast de klassieke lambdasensor soms een ‘air/fuel ratio sensor’ tegen in het uitlaatsysteem. Wat is het verschil tussen beide sensoren? Hoe kun je de juiste werking controleren, dus welke spanning geeft de sensor af?

Lambdasensoren kunnen binair of lineair zijn. Binair wil zeggen dat de signaalwaarden tussen twee (bi) uitersten variëren, meestal tussen de 0,1 en 0,9 V. Zo werkt de ‘klassieke’ lambdasensor. Met lineair wordt bedoeld dat het verband tussen de lucht-brandstofverhouding en de signaalwaarde van de sensor ongeveer een rechte lijn is. In het Engels heet zo’n sensor: Linear Air Fuel of LAF-sensor, in het Nederlands noemen we ze breedbandsensoren. Bosch spreekt van een LSU-sensor en NGK/NTK van een UEGO-sensor.

Breedbandsensoren worden steeds vaker toegepast nu benzinemotoren bijna allemaal aan de Euro 4 emissie-eisen voldoen. Deze sensoren kunnen het mengsel cilinderselectief regelen, ook van de start af. Deze sensoren zijn motorspecifiek. Dat betekent dat er geen meetwaarden in algemene zin beschikbaar zijn. Ook het aantal en de kleur van de draden zijn niet genormaliseerd. Vandaar het advies uitsluitend de meetinstructies te volgen die de betreffende autofabrikant voor dat type motor opgeeft. Ook bij dieselmotoren kunnen we breedbandsensoren aantreffen.

Reageer op dit artikel