artikel

LPG is moeilijker te ioniseren, bougies in LPG-motoren (1999-03)

Techniek Premium

In het artikel over bougie-ontwikkelingen in AMT nr 12 1998 (zie Autotechnisch archief; Onderdelen; Bougies: Bougie-ontwikkelingen nij NGK) schrijft u dat de elektrode-afstand van bougies van motoren die op gas draaien kleiner moet zijn om een hogere ontsteekspanning te verkrijgen. Hoe verklaart u het een en ander, als de elektrode-afstand wordt verkleind, neemt de ontsteekspanning toch juist af? Op een motorscope zijn de ionisatiepiek en de vonkspanningslijn toch lager als de elektrode-afstand van een bougie wordt verkleind? Berust het schrijven op een vergissing of ligt er een andere uitleg ten grondslag?

Eerst even vertellen welk effect het draaien op LPG heeft op de bougie en de ontsteekspanning. Bij een bepaald toerental en een bepaalde belasting wordt de neus van de bougie, dus ook de centrale elektrode, heter wanneer er op LPG wordt gedraaid dan op benzine. Dat geldt als de verdamping van de LPG in de verdamper en niet, zoals bij benzine, in het inlaatsysteem en/of in de cilinder plaatsvindt. Volgens metingen van NGK en Champion wordt de centrale elektrode ongeveer 50 IC heter dan op benzine. De benodigde ontsteekspanning op LPG is ongeveer 4 kV hoger dan op benzine, hoewel de centrale elektrode heter is en er dus een lagere ontsteekspanning nodig is. Dat komt doordat de chemische samenstelling van LPG en benzine verschillend is, het kost meer moeite om het LPG te ioniseren. Hetzelfde verhaal geldt ook voor aardgas dat als gas wordt toegevoerd. Het verkleinen van de elektrodeafstand geschiedt om de benodigde ontsteekspanning op ongeveer hetzelfde niveau te houden als die van de motor op benzine. Dan is de levensduur van de hele ontstekingsinstallatie gelijk. Vermoedelijk hebben we dit aspect in het genoemde artikel niet duidelijk genoeg uiteen gezet.

Reageer op dit artikel