artikel

Welke hoonmethode is optimaal? (1998-09)

Techniek Premium

Over het honen van de cilinderwand bestaan verschillende meningen. De één geeft de voorkeur aan Flex of zogenoemd balletjes honen om weer een juist hoonbeeld te krijgen en de motor met nieuwe zuigerveren optimaal te kunnen laten inlopen. De ander verkiest een driepoot met lange hoonstenen. Weer een ander gebruikt ook een hoon met drie stenen en kan deze behoorlijk zwaar instellen waardoor meer materiaal wordt weggenomen als bij het eerstgenoemde Flexhonen. Sommigen menen zelfs dat honen overbodig is, omdat kleine vastzittende oude zuigerdeeltjes van een vastgelopen zuiger door de zuigerveren wel worden verwijderd. Zelf blijf ik gebruik maken van Flexhonen en inloopolie, al hoop ik wel dat u duidelijkheid kunt geven wat nu de juiste manier is.

Om te beginnen is er een brochure verschenen van Mahle getiteld: Honen, maar dan wel goed! Daarin wordt beschreven wat er bij een goed hoonproces allemaal komt kijken. Ook het zogeheten plateauhonen komt aan de orde. Daarbij wordt het ruitvormige oppervlak tussen de hoongroeven vlak gemaakt.

Het is zelfs mogelijk om uit te rekenen hoeveel olie in de hoongroeven kan worden opgenomen en welk dragend oppervlak de zuigerveren hebben. Er moet een bepaalde verhouding tussen de twee grootheden zijn, wil het inlopen goed verlopen.

Het grote voordeel van deze hoon-wijze is dat de zuigerveren al heel snel een voldoende groot dragend oppervlak hebben om zowel het gas als de smeerolie op hun plaats te houden. Bovendien kunnen de veren hun warmte kwijt en kan de olie zijn smerende en koelende taken verrichten. Bij het reviseren moet er naar worden gestreefd de oorspronkelijke conditie zo dicht mogelijk te benaderen.

De cilinders moeten rond en cilindrisch zijn (binnen bepaalde grenzen) en de hoongroeven moeten voldoende volume hebben. Als het oppervlak vrij is van verbrandingsproducten en olieresten zijn de cilinders in orde. Soms is een lichte mate van honen nodig, al dan niet met een Flexihoon. Uiteraard is een set nieuwe zuigerveren nodig.

Het is sinds kort mogelijk na het voorhonen (daarbij worden de maten voor het cilindrisch zijn gehaald) een laserbewerking uit te voeren. Daarna vindt er nog een hoonbewerking plaats die voor een zeer glad plateau-oppervlak zorgt.

Met de laserstraal kan een ‘normaal’ hoonpatroon met ruitvormige groeven worden aangebracht èn geheel andere patronen. Daarbij worden er in een spiraalvormig verloop korte groeven in het oppervlak aangebracht die niet met elkaar zijn verbonden. Het groevenpatroon kan precies worden aangebracht waar het nodig is, dus over de slag van de zuigerveren of zelfs alleen maar bij het bovenste dode punt over ca. 20 mm slaglengte bij een bedrijfsautodieselmotor. Uit metingen is gebleken dat na de laserbewerking het inlopen sneller verloopt en dat het olieverbruik lager is dan bij plateauhonen.

Reageer op dit artikel