artikel

Montage spoorverbreders niet raadzaam, stoere wielen vol risico’s (1998-03)

Techniek Premium

Zoals u weet zijn er zogenoemde spoorverbreders in de handel, waarmee het wiel door het plaatsen van een tussenring verder naar buiten wordt geplaatst, Is dit wettelijk toegestaan, en wat zijn de negatieve effecten t.a.v. het rijgedrag. Wat dient er gewijzigd te worden aan de wieluitlijning na montage van spoorverbreders?

Aan het monteren van zogeheten spoorverbreders is een aantal juridische en technische aspecten verbonden. We geven ze in een notedop weer. De juridische basis voor het al dan niet mogen monteren van spoorverbreders is opgenomen in de typegoedkeuring van het betreffende voertuig.

Dat is ook de reden waarom de politie deze, in geval van controle, laat demonteren. Bij de APK wordt op de montage van spoorverbreders in principe niet gelet. Wel of de eventuele montage van spoorverbreders ertoe bijdraagt dat de technische staat van de auto in conflict komt met de APK- regeling.

Zo kan de spoorbreedte van de auto meer dan 2 procent bedragen dan is vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister. Op dit artikel (Keuringseisen; 5.2.23) wordt om administratieve redenen nog niet getoetst, maar het komt er aanl Door het monteren van spoorverbreders kunnen de wielen buiten de carrosserie steken. Art. 5,2,48, lid 4, geeft aan dat de wielen voldoende moeten zijn afgeschermd. In het verlengde daarvan wordt in een voetnoot gemeld dat wielen niet meer dan 30 mm buiten de afscherming mogen steken.

Art, 5.2.24, lid 2, regelt dat de wielen c.q. velgen met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd, Dus geen te korte bouten, moeren of tapeinden.

Tenslotte moeten de wielen (art. 5.2,29) bij het verdraaien van het stuur tot de aanslagen vrij kunnen draaien; dus niet tegen koetswerk- of ophangingsdelen aanlopen. De technische aspecten kunnen worden samengevat onder de noemer krachtuitoefening.

Doordat de wielen verder naar buiten zijn geplaatst wordt er een grotere hevelwerking uitgeoefend op wieldragers en lagering. Daarnaast komt een aantal factoren naar voren die vergelijkbaar zijn met het monteren van wielen met een andere wielbolling (offset, Einpresstiefe, ET-waarde); zie hiervoor ook AMT 9/1996, ‘Sportificeren van het onderstel’.

Bij het monteren van spoorverbreders zal ook de schuurstraal aanzienlijk veranderen. Bij een negatieve schuurstraal bevinden het snijpunt van het wielmiddenvlak en het snijpunt van de fuseehartlijn zich boven het wegdek, Bij een positieve schuurstraal kruisen deze snijlijnen zich onder het wegdek, waardoor er (rem)momenten ontstaan die de wielen aan de Voorzijde uit elkaar drukken.

Bij een negatieve schuurstraal zorgen deze momenten ervoor dat deze wielen naar elkaar toe worden gedrukt, hetgeen een gunstige invloed heeft op de voertuigstabiliteit. Het monteren van spoorverbreders kan er heel snel toe leiden dat een negatieve schuurstraal in een positieve wordt omgezet, met alle gevaren van dien.

Het verdient aanbeveling, ook bij het monteren van spoorverbreders, de fabrieksspecificaties met betrekking tot het uitlijnen te hanteren. Alhoewel de wielstanden gedurende het doorlopen van de bocht wel anders zijn dan dat de voertuigconstructeur had bedacht.

De door de spoorverbreders gewijzigde kracht op de wieldrager heeft ook een negatieve invloed op de werking van het ABS. Er wordt een groter moment overgebracht op de wieldrager, waardoor er een vertragingsfout ontstaat.

Het monteren van spoorverbreders, hoe aantrekkelijk dit ook mag lijken (de prijs!), kan dus een aantal serieuze gevaren opleveren. Om die reden zijn ze in de meeste takken van de autosport verboden.

Reageer op dit artikel