nieuws

Brandstofvisie, plan voor toekomst autobedrijf?

Ondernemen

Brandstofvisie, plan voor toekomst autobedrijf?

Vorig jaar werd het SER Energieakkoord gesloten, dit jaar kwam daar de Brandstofvisie met LEF uit voort. Een plan voor onder meer al het wegvervoer, met ijkpunten voor 2030 en 2050. Daaruit moet eind 2014 een actieplan komen. Waar gaan de auto’s op de weg op rijden, en kun je daar wat mee voor je bedrijfsplanning?

In het Energieakkoord uit 2013 van de Sociaal Economische Raad staan afspraken om het energieverbruik te verlagen. En daarmee ook de kooldioxide-uitstoot die de wereld zou opwarmen. Afspraken die op Europese en wereldschaal zijn gemaakt vormen de basis.

Een grote rol in de energiebesparing zou het vervoer moeten spelen. Daarvoor ontwikkelde het LEF-toekomstcentrum van Rijkswaterstaat een Brandstofvisie, die in de zomer werd aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Milieu.

Hieruit moet eind dit jaar een actieplan komen. Wat moeten we doen om de visie te realiseren?

Interessant voor het autobedrijf?

Het gaat om politieke besluitvorming, hoewel zeer regelmatig sprake is van ‘publiek-private samenwerking’. Ofwel bedrijven die meedoen en meebetalen aan overheidsplannen. Maar realiseren van de brandstofvisie 2030-2050 zal in forse mate afhangen van regels en subsidies die de overheid instelt.

Wat zulke regels en subsidies kunnen betekenen voor de automarkt hebben we de laatste jaren maar al te goed gemerkt. Nu hebben we het in deze visie wel over een lange termijn. Wat beweegt er over vijftien tot vijfendertig jaar op de weg?

De visie dringt er wel op aan nu te beginnen met een omwenteling. Anders kunnen de doelen niet tijdig gehaald worden. Dus zouden op korte termijn overheidsmaatregelen zichtbaar kunnen worden. En die kunnen de toekomst van je bedrijf raken.

Korte samenvatting

Voor wie snel de uitkomsten wil weten zetten we eerst wat op een rij. Wie iets meer wil weten kan daarna verder lezen.

Kortom, in 2035 zouden alle nieuw verkochte particuliere auto’s nul-emissie moeten hebben. Dat blijkt verder lezend niet helemaal zo streng te zijn: ze moeten ‘in staat zijn elektrisch te rijden’, dat kan ook een plug-in hybride zijn met een verbrandingsmotor.

Zoveel mogelijk wegvoertuigen moeten elektrisch rijden, hetzij op batterijen, hetzij op een brandstofcel. Dat laatste zou vanaf 2020 serieuze opkomst moeten maken. Ook bestelauto’s en distributietrucks die geen grote dagelijkse afstanden maken moeten elektrisch worden. ‘Niet groot’ zou in 2030 betekenen maximaal 200 km, in 2050 maximaal 400 km. Andere bedrijfsauto’s gaan over op gas.

Van gas naar elektriciteit

Voor zwaar en langeafstandsvervoer is elektrische aandrijving (nog) niet realistisch, daar zou gas de brandstof moeten worden. En wel hernieuwbaar gas, geen aardgas uit de grond, maar bio- of synthetisch gas gelijkwaardig aan natuurlijk CNG/LNG aardgas.

Terwijl elektrisch rijden opkomt zouden ook lichtere voertuigen eerst op gas kunnen omschakelen, dat is makkelijker en goedkoper. Vol-elektrisch hoeft ook niet meteen, het mogen plug-in hybrides zijn die op stroom en op gas kunnen rijden.

Als eerste stap zouden voertuigen stukken efficiënter moeten worden, lees zuiniger. Voor personenauto’s gaat het over 44% energiezuiniger in 2030, en 66% in 2050, vergeleken met 2010. Nog iets concreter: de gemiddelde CO2-uitstoot van het Nederlandse wagenpark daalt van 188 g/km in 2010, naar 105 g/km in 2030 en 64 g/km in 2050.

Geen halve maatregelen. Wat het actieplan wordt om dit te bereiken zouden we snel moeten vernemen. Er zijn krasse maatregelen nodig, zou je zeggen. Als auto’s op stroom en gas moeten gaan rijden zal de autobranche er in 2050 héél anders uitzien dan nu.

Wie zegt dat?

Iets meer achtergrond. Wat is LEF? Het LEF future center blijkt een afdeling van Rijkswaterstaat, waarin LEF geen afkorting is. Het moet letterlijk opgevat worden als lef, een ‘moedige’ blik in de toekomst.

De brandstofvisie hebben ze daar niet helemaal zelf ontwikkeld. Er hebben honderd partijen aan meegewerkt, waaronder vertegenwoordigers van de autobranche. Het was wel de bedoeling dat de visie gebaseerd werd op zaken die in de praktijk zijn of worden ontwikkeld.

Met realistische verwachtingen werd bekeken hoe het totale vervoer vanaf 1990 tot 2050 aan 60% lagere CO2-uitstoot kan komen. In andere termen, dit jaar 37 megaton CO2, in 2030 nog 25 megaton, en in 2050 maar 12 megaton (EU-doelstelling). Dus tussen nu en dan tweederde bezuinigen.

Wij gaan voorop?

We moeten volledig overgaan op hernieuwbare energie, dat is energie van zon en wind, aangevuld met biobrandstoffen. En dan toch nog CO2-uitstoot?

De visie bekeek alleen de tank-to-wheel prestaties, rekent dus niet met de CO2 die ontstaat bij het maken van stroom of waterstof (well-to-wheel). Waar de visie wel naar kijkt is dat er minstens drie miljoen nulemissie personen- en bestelauto’s moeten zijn in 2030. En dat daarvoor meer oplaadpunten, en een net van waterstoftankstations nodig zijn.

Nogal ingrijpende veranderingen, waarin volgens de visie Nederland voorop moet lopen. Want: wij kunnen internationaal de nodige maatregelen voor zo’n omslag niet afdwingen. Maar als we afwachten wat anderen doen lopen we achterop, en missen we mooie economische kansen. Die kansen moeten we maken door als voorloper het goede voorbeeld te geven.

Afwachten of actie

Tja, nog geen zorg voor morgen of voor 2015. Maar wel iets om over na te denken. Wil je binnen een paar jaar met je bedrijf voorop lopen en het goede voorbeeld geven? Of lijkt het beter te wachten wat de overheid gaat doen met een actieplan voor deze brandstofvisie? Een visie die overigens elke drie tot vier jaar aangepast zou moeten worden aan de laatste ontwikkelingen, aan mogelijke nieuwe vindingen.

Reageer op dit artikel