nieuws

Wat maakt de Nederlandse World Solar Challenge-teams zo goed?

Techniek

Dit jaar namen drie Nederlandse teams deel aan de World Solar Challenge. Na een race van 3000 kilometer dwars door Australië scoorden de TU Delft en de TU Eindhoven een eerste plek. De TU Twente haalde een derde plek. Wat maakt de Nederlandse teams zo succesvol?

Wat maakt de Nederlandse World Solar Challenge-teams zo goed?
Nuon Solar Team

De World Solar Challenge is een race van 3000 kilometer op zonne-energie. De start is in het noorden van Australië, in Darwin, de finish is in Adelaide. De wedstrijd kent drie klasses: Challenger, Cruiser en Adventure. De TU’s Delft en Twente rijden in de Challenger-Class, die draait om maximale snelheid. In de Cruiser-Class, waarin de TU Eindhoven rijdt, gaat het ook om praktisch gebruik van de auto.

6m2 extra zonnepanelen

De auto’s in de World Solar Challenge mogen maximaal 6 m2 zonnepanelen aan boord hebben. De cellen zijn vrij groot, dus exact op 6 m2 uitkomen is lastig. Maar de niet gebruikte zonneceloppervlakte wist de TU Delft nuttig te besteden: de Nuna7 is voorzien van zogenoemde concentrators. Die worden ook in de ruimtevaart gebruikt. De cellen van een concentrator zijn slechts 0,6×0,6 mm groot. Speciale lenzen focussen het licht van een 1100 keer zo groot oppervlak op de cel. De totale oppervlakte van de zonnecellen in de concentrator is slechts 12 cm2, vergelijkbaar met een bankpas. Toch leveren de concentrators evenveel energie als de 6 m2 aan zonnepanelen op de auto.

Vijfde overwinning

Waarom dan niet de hele auto van die zonnecellen voorzien? “Je moet het concentratorpaneel heel precies richten op de zon, anders is de opbrengst nul. Vergelijk het met papier aansteken met een vergrootglas in het zonlicht. Op een rijdende auto lukt dat niet. Tijdens verplichte stops kunnen we de concentrators gebruiken. Bij bewolkt weer brengen ze ook niets op”, schrijft een student van het Delftse team op zijn blog.

De concentrators hebben het team naar een eerste plaats geholpen. Het is de vijfde overwinning van de studenten uit Delft.

Gebouwd binnen een jaar

De studenten van de TU Eindhoven hebben een andere tactiek. Op de Ecomobiel-beurs vorig jaar presenteerde het team haar plannen. In maart waren we op bezoek bij het team. Toen de auto, Stella, klaar was, maakte het Solar Team Eindhoven bekend dat de auto energiepositief is. Daarbij gaat het team er van uit dat de auto in de praktijk 90% van de tijd stil staat. De zonnepanelen leveren dan meer energie op dan dat de auto verbruikt. Afgelopen weekend bleek dat de auto niet alleen energiepositief is, maar ook een winnaar: het team behaalde een eerste plaats.

Vier inzittenden

Stella reed vanaf het begin al vooraan in de Cruiser-klasse. De twee belangrijkste concurrenten waren teams uit Duitsland en Australië. Die teams reden ook af en toe aan kop. Hoe kon Stella toch winnen? Solar Team Eindhoven heeft de meeste van haar wedstrijdkilometers met drie of meer inzittenden gereden. Stella biedt plaats aan vier personen, terwijl de andere teams minder ruimte hadden. Na de race van 3000 kilometer beoordeelde een jury de auto’s op onder meer comfort, gebruiksgemak, innovaties, kofferbakruimte en fileparkeren. De kentekenregistratie in Nederland zorgde voor extra pluspunten.

Elke twee jaar

Solar Team Twente haalde een derde plaats in de Challenger-Class. Net na de TU Delft en een Japans team. In de Challenger-klasse gingen 22 teams van start, tien van hen haalden de finish. Over twee jaar is er een nieuwe kans.

Reageer op dit artikel