nieuws

E-laad: aantal oplaadpunten verdubbeld

Techniek

Het aantal publieke oplaadpunten voor elektrische auto’s van de stichting e-laad is verdubbeld sinds de start van het jaar, van dik 1000 tot 2000. Dit aantal zal de rest van het jaar toenemen tot circa 2500. Dat heeft de stichting, een initiatief van de beheerders van de energienetten, donderdag bekendgemaakt.

E-laad: aantal oplaadpunten verdubbeld

Dat aantal is wel ver beneden de oorspronkelijke doelstelling. E-laad ging er in 2009 vanuit dat er in 3 jaar tijd 10.000 oplaadpunten zouden bijkomen, verspreid over heel Nederland. “Dat was een te optimistische aanname. We gingen ervan uit dat de kosten van oplaadpunten snel zouden gaan dalen, maar dat gebeurde niet. En je ziet pas dit jaar een flinke groei in de verkoop van elektrische auto’s”, aldus een woordvoerder.

Geld op
Hoe het de komende jaren verder gaat met de uitrol van publieke oplaadpunten is onduidelijk. E-laad maakte in augustus bekend voorlopig geen nieuwe aanvragen meer te zullen aannemen voor laadpunten omdat het geld op was. De organisatie zoekt nu met andere marktpartijen naar een oplossing voor de financiering. Op het gebied van publieke laadpunten is e-laad verreweg de grootste in Nederland.

1750 elektro-auto’s
Volgens het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waren er eind september 2235 publieke, 2239 semi-publieke en 44 snellaadpunten voor elektro-auto’s. Momenteel rijden er ongeveer 1750 volledig elektrisch aangedreven personenauto’s rond, op een totaalwagenpark van meer dan 8 miljoen. Het ministerie heeft als doelstelling om in 2020 zo’n 200.000 elektrische auto´s in Nederland te hebben rondrijden.

Automobilisten vinden nu de aanschafprijs nog te hoog en de actieradius te beperkt. Ook twijfels over de restwaarde en gebrek aan oplaadpunten zijn redenen om in conventionele auto’s te blijven rijden.

Volgens e-laad zorgt een gezin met een elektrische auto voor een verdubbeling van het stroomverbruik en daarmee van een piekbelasting op het elektriciteitsnet.

Bron: ANP

Reageer op dit artikel