nieuws

Injectiesysteem niet blij met biobrandstof

Techniek

Injectiesysteem niet blij met biobrandstof

Dankzij wat ‘kleine aanpassinkjes’ rijdt een flexifuel-auto zowel op benzine als op ethanol. Met vergelijkbare ‘aanpassinkjes’ rijdt een diesel probleemloos op biodiesel. Daarmee kosten zulke auto’s niet of nauwelijks meer dan hun fossiele varianten. Toch zorgen die ‘kleine aanpassinkjes’ voor heel wat hoofdbrekens bij producenten van injectiesystemen. Kijk maar voor welke uitdagingen Delphi staat.

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: Ethanol is corrosief, wordt vaak gezegd. “Onjuist”, zegt Delphi. “Ethanol is hygroscopisch, het trekt water aan. In dat water lossen zouten op, en die reageren corrosief.”

Corrosiebestendige materialen

Oké, water buiten de deur houden dus. Dat stelt hoge eisen aan de opslag en distributie van ethanol. Omdat daar in de praktijk nu eenmaal niet altijd wat van komt, is het aan de ontwerper van het brandstofsysteem in de auto om daar met zijn materiaalkeuze op in te spelen. Dus, geen kwetsbare poly- en elastomeren en geen oxiderende metalen. Nee, in plaats daarvan nieuwe bestendige materialen en roestvaststaal.

‘Euro 95 mét’ geen probleem

Op dit moment heeft Delphi dat redelijk voor elkaar. Het garandeert al zijn benzinesystemen voor het gebruik van E25 (25% ethanol, 75% benzine) gedurende 160.000 km. Kortom, de Euro 95 met verplichte bijmenging van steeds ietsje meer biocomponent levert geen problemen op. Milieubrandstof E85 gaat voor de gewone Delphi-benzinesystemen nog een stapje te ver. Althans, voorlopig: “Onze research richt zich erop, al onze benzinesystemen E85-compatibel te maken, zonder dat ze duurder worden.”

Biodiesel valt uiteen

Tot zover bio-ethanol. Biodiesel is lastiger. Allereerst is het biologisch afbreekbaar. Dat is prettig als het gemorst wordt, maar vervelend als het tijdens de opslag gebeurt. Zeker onder vochtige en warme omstandigheden gaat dat uiteenvallen snel. Ook bacteriën helpen dan graag een handje om de biobrandstof het leven zuur te maken. Verder pikt biodiesel, net als ethanol, gemakkelijk water op, waardoor het nog sneller uiteenvalt.

Vervuiling

Daarnaast is biodiesel een uitstekend oplosmiddel. Allerlei vervuiling in tanks en pijpen weekt het los en voert het mee. Samen met de producten die bij het degradatieproces ontstaan, zorgen die voor verstopping van filters en afzetting van vuil door het hele brandstofsysteem. Vooral elastomeren in slangen, pakkingen en afdichtingen hebben het niet zo op de meegevoerde afvalproducten. Ze worden zacht, zwellen op of verpulveren.

Ook nog Lak

En dan is er lakafzetting. Ook bij fossiele diesel is dat een bekend probleem. Maar biodiesel is er veel gevoeliger voor. Vooral op hete plaatsen, zoals rond de inspuitventielen kan het roet in het eten gooien. Letterlijk!

Dikke diesel

Ook de fysieke eigenschappen van biodiesel zijn niet gelijk aan die van fossiele diesel. Zo zorgt de hogere viscositeit van biodiesel voor een hogere druk in het brandstofsysteem. En dat geeft weer extra slijtage.

Variatie in biodiesel

Alsof dat allemaal nog niet genoeg ellende geeft, is de variatie in de kwaliteit van biodiesel ook nog eens veel groter dan die bij fossiele diesel. De biodiesel van de ene pomp kan een heel ander product zijn dan de biodiesel van de andere pomp. Hoewel ze beide aan dezelfde DIN-norm moeten voldoen. De verschillen ontstaan niet alleen door andere opslagomstandigheden, ook de kwaliteit van de grondstof speelt een rol. Die blijft herkenbaar in de kwaliteit van het eindproduct.

Die variatie in kwaliteit maakt het voldoen aan de steeds strengere emissie-eisen er ook al niet gemakkelijker op.

B5-garantie

Kortom, problemen te over. Delphi durft op dit moment voor zijn dieselinjectiesystemen niet verder te gaan dan een garantie voor B5 (5% biodiesel, 95% fossiele diesel). “Maar”, zegt Delphi, “ook hier zijn we druk aan het onderzoeken, beproeven en verbeteren. Op dit moment doen we langeduurtests met B30.”

Volkswagen: B100

Merkwaardig eigenlijk. Volkswagen handhaaft ondertussen gewoon zijn garantie bij het gebruik van B100-biodiesel. Zij het met een paar beperkingen. Allereerst moet de biodiesel voldoen aan EN 14214. Verder moet de automobilist rekening houden met fractioneel minder vermogen, iets meer brandstofverbruik en wat kortere service-intervallen. Bij temperaturen onder min tien kan de auto niet gebruikt worden en Volkswagens met standkachel zijn niet geschikt voor biodiesel, net als Volkswagens met roetfilter.

Béétje laat?

Dat laatste is een aanwijzing te meer dat biodiesel het moeilijk gaat krijgen met Euro 5 en wat daarna komt.

Is Delphi niet een béétje laat met zijn research?

Erwin den Hoed (Redactie Auto & Motor TECHNIEK)

Reageer op dit artikel