artikel

De Jong Holland: Techniek als drijfveer

Techniek 4509

Als je de foto’s ziet zou je het niet zeggen, maar het bedrijf waar deze reportage om draait is een scheepswerf. In de werkplaats van De Jong Holland zijn de wereldwijd bekende varende Amphibus en de Amphicruiser, een amfibische Land Cruiser, ontstaan.

Voertuigen van De Jong Holland doen het goed op de weg én in het water, maar ze zijn vooral als schip gebouwd. Jeroen de Jong en zijn team overwonnen vele technische uitdagingen en zijn nu met recht expert op het gebied van amfibievoertuigen. En dat gewoon in Nijmegen.

Scheepsservice J. de Jong

Het bedrijf is voortgekomen uit Scheepsservice J. de Jong. Met dit bedrijf levert de vader van Jeroen en Dirk Jan de Jong in de jaren 60 specialistische diensten voor de scheepvaart. Dat doen ze nog steeds, maar daarnaast gebeurt er nu heel veel meer. Het ontwikkelen van amfibievoertuigen is daarvan zonder meer het interessantst.

De Jong Holland is inmiddels specialist op het gebied van amfibievoertuigen. Een auto maken waarmee je zowel normaal kunt rijden als normaal kunt varen was voor deze rasechte ondernemers de grootste uitdaging. Inmiddels bouwen zij misschien wel de beste varende auto’s en bussen ter wereld. Jeroen de Jong biedt een bijzonder kijkje achter de schermen in de Nijmeegse werkplaats.

De ‘Floating Dutchman’ staat momenteel in de werkplaats voor een ingrijpende technische update.

Drijvende droom

Al een tijdje kriebelt het bouwen van een amfibievoertuig bij gebroeders De Jong, maar het project is te groot om er ‘zomaar’ aan te beginnen. Maar als er een potentiële klant voor een varende bus aanklopt én hem aanbetaalt, kunnen ze echt beginnen.

Zomaar een bestaande bus in het water gooien gaat niet, daar komt veel meer bij kijken. Op het Volvo-chassis wordt een nieuwe, aluminium carrosserie gebouwd. Volvo staat niet meteen te springen om hieraan mee te werken en ziet vooral risico’s, maar sinds het bedrijf weet dat het product werkt, verbinden ze er graag hun naam aan.

Heel betrouwbaar

En terecht, want de bus blijkt heel betrouwbaar. Het bekende, gele exemplaar uit Rotterdam heeft een inzetbaarheid van 98 procent, inclusief het reguliere onderhoud. “Dat is in de transportsector behoorlijk hoog”, zegt Jeroen, die verantwoordelijk is voor een groot deel van de techniek aan boord.
De eerste Amphibus is inmiddels zo’n tien jaar oud. Onder de naam Splashtours geeft hij toeristen in Rotterdam een onvergetelijke ervaring op de weg én op het water. “Als het ooit oorlog wordt, dan pak ik die bus. Die heeft zich wel bewezen”, zegt Jeroen met een knipoog.

De krachtige waterjets zijn hier goed te zien. Uiteindelijk gaan ze veilig schuil achter een rooster.

De krachtige waterjets zijn hier goed te zien. Uiteindelijk gaan ze veilig schuil achter een rooster.

Hybride

Voor rederij Lovers in Amsterdam bouwde De Jong de ‘Floating Dutchman’, die werd ingezet voor rondvaarten door de Amsterdamse grachten. Technisch was deze bus eigenlijk nog veel interessanter dan de eerste. Het was namelijk een plug-in hybride die ook volledig elektrisch kon varen. Dat was nodig om de bus aan de hoge emissie-eisen van de gemeente Amsterdam te laten voldoen.

De hybride aandrijving was zijn tijd ver vooruit en in de praktijk bleken de gebruikers er niet goed mee om te gaan. Dat zorgde voor technische problemen en een te vaak uitvallende dienst. “Nadat er een heftruck over de hoogspanning-oplaadkabels was gereden, was de maat vol.” De bus staat nu in de werkplaats en de hybridetechniek is eruit gehaald. Daardoor mag hij de grachten niet meer in, maar kan hij wel worden ingezet op het IJ.

Alles in eigen beheer

De Jong Holland bouwde de voertuigen tot voor kort helemaal zelf. Sinds kort worden de carrosserieën in Turkije gebouwd, dat scheelt de Nijmegenaren veel tijd. De techniek wordt niet uit handen gegeven. Die wordt nog altijd grotendeels gemaakt én geplaatst in Nijmegen. Daarvoor gebruikt het bedrijf veel nieuwe technieken. Vooral achter het dashboard van de Amphibus zitten veel zelfgemaakte onderdelen, die in de eigen werkplaats uit de 3D-printer komen.

Dat De Jong Holland een serieuze partij, is blijkt uit samenwerkingen met grote bedrijven. Volvo levert zoals gezegd het rijdende chassis en samen met versnellingsbakfabrikant ZF is een eigen transmissie ontwikkeld. Dankzij deze toevoeging aan de standaard versnellingsbak kan De Jong het volledige motorvermogen naar de achterwielen óf naar de twee waterjets sturen. Met zichtbare trots zegt Jeroen: “Dit is echt mijn versnellingsbak, die wordt aan niemand anders geleverd”.

De door Jeroen ontwikkelde en samen met ZF gebouwde tussenbak is hier te zien.

Gecertificeerd

Na uitgebreide tests krijgt hij goedkeur van de RDW, TÜV en andere instanties. De Amphibus mag overal varen en rijden omdat hij is gecertificeerd als bus én als passagiersschip. Er zijn zelfs crashtests uitgevoerd, die de structuur glansrijk doorstaan heeft. Goedkoop is dit allemaal niet geweest. “Hij ligt dan wel echt in de kreukels, dus dan kun je weer opnieuw beginnen.”

De varende bus in Rotterdam heeft een topsnelheid van 13 km/u op het water en zo’n 80 km/u op de weg. Dit is de snelheid die zo’n vaartuig minimaal moet kunnen halen om op deze belangrijke waterwegen te mogen varen. “Hij levert de kracht van een sleepboot.” Toch, om de techniek wat te sparen en het verbruik laag te houden, vaart hij bijna nooit zo snel.

Onderhoudsintervallen gehalveerd

Er wordt gewerkt aan een nieuwe bus. Hier is goed te zien hoe het chassis drijvend gemaakt wordt.

Er wordt gewerkt aan een nieuwe bus. Hier is goed te zien hoe het chassis drijvend gemaakt wordt.

De Amphibus is dan wel heel betrouwbaar, het normale onderhoudsschema van Volvo wordt voor de zekerheid gehalveerd vanwege het specifieke gebruik. Het onderhoudsinterval wordt, net als bij een schip, bepaald op basis van het aantal draaiuren en niet op het aantal kilometers.

Voor het onderhoud brengt De Jong de bus het liefst ‘naar huis’. Zo lang ze nog in Nederland varen is dat geen probleem. Als er straks bussen in het buitenland verkocht worden, en daar is sprake van, zoeken ze een andere oplossing. Onderhoud op locatie is dan een goede optie.

Aan de motor zelf doet het bedrijf niets. Daarvoor gaat de bus gewoon naar de Volvo Trucks-dealer. Bij het ontwerp wordt daar al rekening mee gehouden. Accessoires die boven de motor worden gebouwd kunnen snel weggehaald worden, zo kan de dealer het blok op een normale manier bereiken en onderhouden.

Uitdaging: natte handrem

De bus heeft, zoals elke andere touringcar, luchtvering en luchtremmen. Beproefde technieken die zonder problemen in het water gebruikt kunnen worden. Met een paar extra afwateringsgaten, als toevoeging op de normale ontluchtingsgaten, zijn de remcilinders van binnen zo weer droog en leveren ze nooit problemen op.

Bij de handrem was deze oplossing niet voldoende. Deze kan zijn water niet zo goed kwijt als de reguliere rem en blijft daardoor vol water staan. Daardoor kon de bus na de eerste vaartochten niet meer rijden. Samen met Technisch Bureau Holl, dat zich specialiseert in luchtremmen, is daarvoor een oplossing bedacht.

Zij maakten speciale cilinders, die volledig waterdicht zijn. De standaard ontluchtingsgaten zijn dichtgemaakt en in plaats daarvan is er één aansluiting bovenop gekomen. Hieraan wordt een slang bevestigd die uitkomt in de bus voor een volledig droge ontluchting. Sindsdien zijn er geen problemen meer.

Smaakt naar meer

Het succes van de varende bus smaakt naar meer. Op de achtergrond wordt een nieuw project gestart: een varende Toyota Land Cruiser met als naam Amphicruiser. De Jong hoefde niet lang na te denken welke auto als basis zou dienen, de Toyota heeft zich immers wel bewezen.

Bijkomend voordeel is dat de techniek overal onderhouden kan worden. De 4,2-liter zes-in-lijn dieselmotor van het type 1HZ is zo goed als onverwoestbaar en onderdelen zijn overal ter wereld verkrijgbaar.

(Tekst gaat verder na de foto)

De Amphicruiser neemt een duik in de Waal.

De Amphicruiser heeft een extra stevige radiateur, die bestand is tegen de krachten van te water gaan.

De techniek van de auto blijft tijdens de ombouw naar Amphicruiser grotendeels hetzelfde, maar zowel het chassis als de koets zijn helemaal nieuw. Laat je trouwens niet misleiden door de retro-looks van het koetswerk. Dat heeft De Jong gedaan omdat ze de klassieke J40 leuk vinden. Onderhuids schuilt ‘gewoon’ een Land Cruiser HZJ70 die vers uit de fabriek wordt omgebouwd.

‘Het klinkt misschien een beetje raar, maar ook dit wordt na een paar honderd vaarten normaal’

De Jong gaat nog een stapje verder. De Amphicruiser is ook leverbaar met een elektrische aandrijflijn. “We hebben ze nog niet gebouwd, maar dat gaat nog wel gebeuren. Met een elektrische aandrijflijn kan de auto zelfs beter zijn dan met de diesel. Die maakt de neus wel erg zwaar, met het accupakket kunnen we de auto beter in balans krijgen.”

Recreatie of niet?

Inmiddels zijn er drie Amphicruisers actief in het Zuid-Koreaanse attractiepark Everland en ook drankmerk Aperol Spritz heeft er twee in de vaart. Deze hebben zelfs een bar en een DJ-booth aan boord. Met deze Amphicruisers rijden ze vanuit zee het strand op en is er binnen 10 minuten na aankomst een feestje.

Alleen maar water rond de ‘auto’, een bijzonder gezicht.

Alleen maar water rond de ‘auto’, een bijzonder gezicht.

Toch blijkt de Amphicruiser niet voor iedereen zo’n onschuldig recreatievoertuig. Jeroen licht toe: “Op een gegeven moment stond de AIVD bij ons voor de deur. Ze hadden ingebroken in onze computers en meegekeken naar het project. Toen bleek dat we dit product aan het buitenland wilden verkopen werden ze toch een beetje bang. Ze zagen er ook wel iets in voor militaire toepassingen.”

Keramische afdichting

De Amphicruiser is in de eerste plaats gebouwd als boot, maar blijft ook een volwaardige terreinwagen. De vierwielaandrijving blijft dus behouden en dat zorgt voor de nodige uitdagingen. De cardanas moet op de weg bij 130 km/u net zo goed werken als in het water.

“Om de cardanas af te dichten, heb ik keramische schijven gebruikt, net als in de waterkraan thuis. Dat is uniek in een amfibievoertuig en dat idee heb ik dan ook laten vastleggen,” zegt Jeroen.

Speciale doorvoer

Onderhuids schuilt ‘gewoon’ een Land Cruiser HZJ70 die vers uit de fabriek wordt omgebouwd.

Onderhuids schuilt ‘gewoon’ een Land Cruiser HZJ70 die vers uit de fabriek wordt omgebouwd.

Om alle kabels en leidingen onder de Toyota Land Cruiser de koets in te trekken, zou het waterdichte vlak op twaalf punten doorgeboord moeten worden. Volgens de certificeringsregels mag dat niet. Het risico op lekkage is immers veel te groot.

De Jong maakte, samen met Holl, speciale nippels voor de remleidingen en zorgde voor grotere doorvoeren met een flens. Al het leidingwerk gaat hier gebundeld doorheen. Nu hoeft het vlak maar op een punt doorgeboord te worden en kan de flens met pakkingen worden afgedicht. Letterlijk en figuurlijk een waterdichte oplossing.

Varen met de Amphicruiser

Dan is het tijd om de Amphicruiser echt te beleven. We zetten koers naar rivier de Waal en zonder aarzelen stuurt Jeroen ‘zijn’ Land Cruiser het water in. Bij mijn deur komt wat water naar binnen, totdat Jeroen de knop van de deurvergrendeling indrukt. Op dit commando blazen de speciale deurrubbers zich op en het lekken stopt meteen. Na de vaart hoeft de Amphicruiser niet te worden doorgesmeerd zoals bij veel andere, oudere amfibievoertuigen het geval is.

Na een rustige vaart, de Amphicruiser is merkbaar stabiel, rijdt Jeroen de kade weer op. Ik vind het een bijzondere ervaring, zo vertrouw ik hem toe. “Het klinkt misschien een beetje raar, maar ook dit wordt na een paar honderd vaarten normaal.” Een opmerking die symbool staat voor de nuchterheid van deze Nijmeegse ondernemers. Dat er nog maar veel bijzondere producten mogen volgen!

De rol van Holl

Technisch Bureau Holl uit Nijmegen is trots op de samenwerking met De Jong Holland. Het is dan ook directeur Bertel Hendriks die ons uitnodigt voor het bezoek aan De Jong Holland. “Het is echt heel gaaf wat die jongens doen en we zijn blij dat we daarin een rol kunnen spelen.” Mede met het maatwerk wil Holl zich onderscheiden.

Als je binnenloopt bij Holl zie je niet gelijk de expertise van het bedrijf. Ja, de balie is keurig en er staan magazijnstellingen met kleine onderdelen. Achter gebeurt het echte werk. Daar staan enorme stellingen vol met alles wat maar op lucht werkt. Luchtremmen in alle soorten, maten en vormen, compressoren, ventielen. Nieuwe onderdelen en zelf gereviseerde onderdelen liggen gebroederlijk naast elkaar. Holl kan bijna alles direct uit voorraad leveren.

Veel interessanter dan het ‘dozen schuiven’: als een onderdeel niet op maat beschikbaar is, kan het op maat gemaakt worden. Dat demonstreert Tonny van den Broek. Hij demonteert een luchtremcilinder en laat zien hoe hij daarin een andere drukstang monteert. Dit alles gebeurt in een gespecialiseerde werkplaats, waarin ook de onderdelen voor De Jong Holland gemaakt worden. Opvallend zijn de testbanken: “Geen onderdeel verlaat het pand zonder dat het getest is.”

Het magazijn blijft altijd goed gevuld omdat Holl werkt met een inruilsysteem. Voor elk onderdeel dat verkocht wordt, komt het oude onderdeel terug. Dit wordt vervolgens, als het nog kan, gereviseerd en weer op voorraad genomen. Zo kan Holl, ook in de toekomst, onderdelen blijven leveren voor klassieke voertuigen.

De aangepaste achterremmen van een Amphibus.

De aangepaste achterremmen van een Amphibus.

Tonny maakt een remcilinder op maat.

Tonny maakt een remcilinder op maat.

Bij Holl wordt elk product voor verzending getest.

Bij Holl wordt elk product voor verzending getest.

 

Reageer op dit artikel