artikel

Zo werken parkeersensoren (2007-4)

Techniek Premium

Zo werken parkeersensoren (2007-4)

Veel auto’s zijn tegenwoordig standaard uitgerust met achteruitrijsensoren. Deze bepalen de afstand tot een stilstaand object, maar hoe werken ze? Maakt het uit hoe lang de bedrading is, en kun je deze sensoren afstellen?

Parkeersensoren voorop of achterop een auto werken met ultrasoonmeting. De werking is simpel. Net zoals een vleermuis afstand meet, zodat hij in het donker nergens tegenaan vliegt en vliegende prooien waarneemt. De sensor zendt geluid van ultrahoge frequentie uit, vandaar de naam ‘ultrasoon’. Dat geluid ligt ver boven onze gehoorgrens, wij horen het niet. Maar de sensor wel, met een ontvanger die teruggekaatst geluid waarneemt.

In een dunne bundel worden geluidspulsen uitgestraald, de directe terugkaatsing daarvan wordt gemeten. Het tijdverschil tussen uitzending en ontvangen terugkaatsing bepaalt de afstand tot datgene waartegen het geluid terugkaatste. Dat hoeft geen stilstaand object te zijn, het mag ook bewegen, dat heeft weinig invloed op de afstandsmeting. Het object hoeft evenmin hard te zijn, ook heel zachte voorwerpen weerkaatsen het hoogfrequent geluid voldoende.

Iets heel duns zoals een ijzerdraad afzetting of hekwerk geeft geen goede weerkaatsing. Mede omdat rond draad geen mooie weerkaatsing in één richting geeft, maar naar alle kanten weerkaatst. Wat een parkeersensor ook niet ziet is alles buiten zijn in een kegelvorm uitgestraalde geluidsbundel.

Dat brengt ons op uw vraag over afstelmogelijkheid. De sensor is een simpel elektrisch apparaat, hoe lang de aansluitdraad is maakt niet uit, als de boordspanning van de auto maar normaal is. Verder is er niets afstelbaar aan de sensor om zijn bereik aan te passen. Dat zou ook weinig zin hebben. Of je nu met een Fiat 600 of een Mercedes 600 parkeert, een meter vrije ruimte is achter beide auto’s even lang, en ‘boem is ho’. Ultrasoonmeting reikt tot een meter of twee, drie afstand. Meer is niet nodig, wat verder af is kun je gewoon zien.

Wel belangrijk is de plaatsing van de sensoren, als die achteraf gemonteerd worden. Ze moeten horizontaal hun geluid uitstralen, en niet te hoog zitten om ook lage muurtjes en markeringsblokken waar te kunnen nemen. De sensoren moeten zo verdeeld zijn dat hun geluidsbundels elkaar optimaal aanvullen, om het hele gebied achter (of voor) de auto te bestrijken. Weer maakt het niet uit hoe groot de auto is waarop de sensoren komen, je hebt er altijd twee nodig voor het gebied recht achter de auto, en nog twee die ook schuin achter de auto meten.

Reageer op dit artikel