artikel

Gevolgen van verkeerde klepveerspanning (2006-5)

Techniek Premium

Gevolgen van verkeerde klepveerspanning (2006-5)

Is het volgens u van belang dat klepveren een gelijke voorspanning
hebben? Als we bij cilinderkoppen de veerspanning nameten, blijken er onderlinge verschillen te zijn van meer dan 10%.

Zolang het toerental lager blijft dan dat waarbij het maximale vermogen wordt ontwikkeld zijn er geen problemen te verwachten.

Gaat het toerental tot het maximum toegestane, dan kunnen er problemen optreden bij die kleppen die de laagste veerspanning hebben. De betreffende kleppen zullen gaan ‘zweven’, dat wil zeggen dat de nokvolgers los komen van de nokken. Op zich is dat niet zo erg maar hydraulische stoters kunnen zich ‘oppompen’ in een poging de klepspeling op te heffen. Als de nokkenas verder draait, blijven de kleppen (iets) open staan. Dat kost vermogen, een soort toerenbegrenzer die zich openbaart door knallen in de uitlaat of terugslaan in de inlaat.

Schadelijker is een (veel) te hoge klepveerspanning. Niet alleen vanwege de kans op slijtage, maar ook op ‘klepstuiteren’. Daarbij stuitert de klep op de zitting bij het sluiten. Vooral bij hete uitlaatkleppen kan de klepschotel afbreken van de klepsteel.

Houd de klepveerspanning dus binnen de voorgeschreven grenzen. Daarbij gaat het zowel om de veerspanning bij gesloten als bij volledig geopende klep. Let er daarbij op dat de veerwindingen niet op elkaar komen te liggen. Bij zo’n geblokkeerde veer treden er zulke hoge materiaalspanningen op dat er vrijwel zeker veerbreuk zal optreden.

Reageer op dit artikel