artikel

Vreemde slijtage winterbanden (1998-05)

Techniek Premium

Ik bezit een Mazda 929, V6 Automaat, bouwjaar 1991, die in totaal ongeveer 130.000 km heeft afgelegd en optimaal is uitgelijnd. Het probleem is een bepaald slijtagepatroon van de banden. Na een aantal specialisten te hebben geraadpleegd en bij wijze van coulance een set nieuwe (winter-)banden tegen gereduceerd tarief te hebben verworven, doet zich bij deze banden uiteindelijk het hetzelfde probleem voor als bij de oorspronkelijke winterbanden. Met zomerbanden is er niets aan de hand. De kwestie is dat na verloop van afgelegde kilometers zich een bepaald slijtagepatroon ontwikkelt. Strijkt men met de hand over het loopvlak met de draairichting mee, dan voelt men niets bijzonders. Strijkt men echter tegen de draairichting in, dan voelt het bijna alsof men tegen de tanden van een botte houtzaag duwt. De bandenspecialist duidt dit aan met het verschijnsel ‘cuppen’. Hoe ontstaat dit en wat is eraan te doen?

Het benoemen van bepaalde slijtagepatronen is, net als het omschrijven van geluiden, vaak enigszins arbitrair. Temeer als men denkt te maken te hebben met een slijtagepatroon en het wellicht een verschijnsel is dat constructief door de bandenfabrikant is ‘ingebouwd’. De omschrijving die u aangeeft is een zaagtandpatroon. Dat patroon ontwikkelt zich veelvuldig als men over slechte wegen rijdt met een te hoge bandenspanning. De wielen komen dan in een bepaalde trilling die door vering en schokdemping niet meer beheersbaar is.

Cuppen is, als het zo scherp mogelijk wordt omschreven, een ovaalvormig uitslijten van het loopvlak, meestal in het gebied van de schouder van de band (de overgang van het loopvlak naar de flank). Deze uitslijtingen (cavitatie) liggen tegen elkaar over de omtrek van de band en worden veroorzaakt door een aantal factoren of combinaties daarvan. Dit kunnen zijn: versleten of niet goed afgestelde wiellagers, versleten of anderszins niet goed functionerende schokdempers en/of versleten of onjuiste lagerbussen-/rubbers in de wielgeleiding. Is er sprake van een egale slijtage op voornoemde plaats van de band aan de binnenzijde, dan is een onjuist afgestelde wielvlucht (camber) de oorzaak. Het patroon dat u omschrijft is dus geen cuppen.

Omdat het steeds winterbanden betreft, kan het patroon ook constructief in de band zijn opgenomen. Bandenconstructeurs passen namelijk, in plaats van de zware blokken bij M+S banden, bij de huidige moderne winterbanden een lamellenconstructie toe. Deze lamellen ‘bijten’ in de ondergrond en ontwikkelen na verloop van een aantal afgelegde kilometers als gevolg daarvan (als de banden zijn ingelopen) een ‘slijtagepatroon’ dat er op is gericht de grip op een gladde ondergrond te verhogen. Dit is dus geen cuppen en zeker niet eens slijtage in de ware zin van het woord.

Reageer op dit artikel