artikel

Dynamische oliedrukmeting VW/Audi (1997-04)

Techniek Premium

Kunt u uitleg geven over het hoe en waarom van twee oliedrukschakelaars op het oliefilterhuis van een VW/Audi met JU motor? Als probleemoplosser bij een universele garage werd ik met het volgende geconfronteerd: Een Audi 80 uit 1989 met JU motor had door een hevig lekkende oliedrukschakelaar nagenoeg alle motorolie verloren. Een monteur bracht de motorolie op peil, monteerde een nieuwe schakelaar, startte de motor. Na enkele minuten hevig tikken liep hij weer als een zonnetje, Proefritje en klaar is Kees, dacht de monteur. Niets was minder waar. Boven de 2500 t/min brandde het oliedruklampje en klonk een geluidssignaaL Toen beide draden van de oliedrukschakelaars waren losgemaakt en er boven de 2500 t/min zowel het lampje brandde als het geluidssignaal klonk, was de verwarring compleet. Ik begon met een oliedrukmeting, die was perfect: stationair 1 bar en op toeren 4,5. Het probleem moest in de schakelaar zitten. Dan maar naar de VW-dealer voor originele schakelaars. Daar bleek (op een microfiche) dat er vier verschillende schakelaars met schakelwaarden van 0,35 tot 1,6 bar kunnen voorkomen, maar het was niet duidelijk welke schakelaar waar moest zitten. Terug dus naar de werkplaats en denken en meten. Ik leg de draad van de onderste schakelaar aan massa, start de motor en bij meer dan 2500 t/min blijft het oliedruklampje uit. Dit moest dus een schakelaar zijn met een hoge schakelwaarde. Na montage van een schakelaar met de hoogste schakelwaarde was het probleem over.

Altijd goed om de importeur om raad te vragen, want dan leren we er allemaal weer iets van. Vanaf augustus 1982 is er bij de VW/Audi-motoren een zicht- en hoorbare oliedrukcontrole in gebruik. Daarmee wordt er een zogenoemde dynamische oliedrukcontrole uitgeoefend.

Behalve de reeds aanwezige 0,3 bar oliedrukschakelaar (bruine isolatie) wordt nu tevens een extra 1,8 bar schakelaar (witte isolatie) ingebouwd. Na het inschakelen van de ontsteking brandt het oliedrukcontrolelampje, dat uitgaat zodra de olie een overdruk van 0,3 bar heeft bereikt. Bij een laag toerental (stationair) gaat het lampje weer branden, doordat de oliedruk tot onder 0,3 bar is gedaald en het contact in de 0,3 bar-schakelaar heeft gesloten.

Het controlelampje gaat echter ook branden, als bij 2150 t/min of hoger de oliedruk tot onder 1,8 bar terugloopt, waardoor het contact in de 1,8 bar-schakelaar opent. In laatstgenoemd geval treedt tevens een zoemer in werking. Voor de goede orde: bij 2000 t/min en een olietemperatuur van 80 ‘C moet de oliedruk minstens 2,0 bar zijn.

Reageer op dit artikel