artikel

Diagnosetips uit de praktijk: Ongewenste verdraaiing van het nokkenassignaal

Werkplaats & Onderhoud Premium 10615

Diagnosetips uit de praktijk: Ongewenste verdraaiing van het nokkenassignaal

Bij de technische hotline van Sergoyne Diagnostics komt een oproep voor assistentie binnen voor een Citroën Jumpy III. De auto, eigendom van een bouwbedrijf, slaat ‘s ochtends niet meer aan. Een snelle reparatie is gewenst, want stilstand kost het bouwbedrijf geld. De Jumpy gaat naar de Quality Garage voor diagnose. Wat is er aan de hand?

Tom Luypaert, medewerker van de hotline, helpt de diagnosetechnicus van het autobedrijf met de storing. Tom: “Het betreft hier een Citroën Jumpy van bouwjaar 2011 met 2.0 HDI motor en een Delphi dieselinspuitsysteem. De startmotor draait perfect rond, dus een sleutel- of startvrijgaveprobleem kunnen we hier direct uitsluiten”.

De diagnosecomputer wordt aangeslotenen de autotechnicus ziet foutcode ‘P0341  Inlaatnokkenassensor bereik/werking’. Tom: “De nokkenassensor is van het hall-type. Als test vervangt de garage de sensor, maar zonder resultaat. Men meet voeding en massa aan de nokkenas, deze zijn in orde. Vervolgens meet men met de scope het nokkenassignaal.

Tot verbazing van de autotechnicus komt er een perfect signaal uit de nokkenassensor. Ook aan de motorstuurdoos komt dit signaal perfect binnen. Hoe komt die foutcode van de nokkenassensor dan naar boven als men de motor probeert te starten?” Tom adviseert om de timing tussen krukas en nokkenas te controleren. “Bij deze motor is het met speciale paspennen snel te controleren aan de tandriem. Tot verbazing van zowel de autotechnicus als mijzelf, stond de timing perfect afgesteld.”

Aansturing injectoren

Terug naar de basis. “De compressie is goed: tussen de 14 en 16 bar op alle vier cilinders. De raildruk loopt perfect op om te kunnen aanslaan, maar het valt me op dat de injectoren geen aansturing tot  inspuiting krijgen. Er ontbreekt dus effectief een voorwaarde om in te spuiten. Dat is interessant! “De raildruk is goed, krukassignaal en nokkenassignaal komen binnen. Dan moeten toch de injectoren aangestuurd worden?”

Op het nokkenastandwiel zijn sporen zichtbaar van de verdraaiing op de nokkenas.

Op het nokkenastandwiel zijn sporen zichtbaar van de verdraaiing op de nokkenas.

Op aanwijzingen van Tom gaat de autotechnicus verder meten met de scope en hij doet een  dynamische compressiemeting tijdens het starten. Tom: “We sluiten de Pico WPS500 digitale druksensor aan in een van de cilinders om te kijken wat er gebeurt in de cilinder. Volgens de test, de dag ervoor, met de analoge compressiemeter hadden we hier vlot 14 bar drukopbouw.

De digitale meting bevestigt dit, maar er is iets zeer opvallends aan het signaal. We hebben bij elke slag die de zuiger naar boven maakt een drukopbouw. Dit is niet normaal. Bij de compressieslag zien we een perfecte drukopbouw tot meer dan 14 bar. Daarna zien we een arbeidsslag naar beneden. Maar in de uitlaatslag krijgen we een tegendruk van 6 bar. Hoe kan dit?”

Nokkenasketting

“Het is onze missie ervoor te zorgen dat garagebedrijven gewapend zijn om diagnose te stellen aan moderne auto’s”, aldus Sergoyne Diagnostics diagnosetechnici Tom Luypaert, Niels Andries en Jeroen Vertongen (vlnr). Dit doet Sergoyne met knowhow en tools. Volstaan die niet, dan doen klanten een beroep op het diagnosecentrum.

“Het is onze missie ervoor te zorgen dat garagebedrijven gewapend zijn om diagnose te stellen aan moderne auto’s”, aldus Sergoyne Diagnostics diagnosetechnici Tom Luypaert, Niels Andries en Jeroen Vertongen (vlnr). Dit doet Sergoyne met knowhow en tools. Volstaan die niet, dan doen klanten een beroep op het diagnosecentrum.

De autotechnicus kijkt opnieuw naar de afstelling van de distributie. Deze staat goed. Tom: “Op dit type motor is de distributie opgebouwd uit een riem die maar op één nokkenas is aangesloten. Intern zijn de nokkenassen verbonden met elkaar door een ketting. Dit kun je niet extern controleren.” De autotechnicus demonteert het kleppendeksel om deze ketting te controleren. Daar vindt hij de echte oorzaak van het probleem. Het is niet de ketting, maar de pal die het grote nokkenastandwiel verbindt met de nokkenas zelf. Deze pal is beschadigd.

Dat verklaart waarom het signaal van nokkenassensor niet synchroniseert met het krukassignaal, de injectoren niet aangestuurd worden door het motormanagement en de motor niet aanslaat. Hoe komt dit? Tom: “Om een onbekende reden moet de bout van het nokkenastandwiel in spanning verminderd zijn, en zo een verdraaiing teweeg gebracht hebben. Of zou er extra veel spanning op de distributie gekomen zijn tijdens het rijden?”

Reageer op dit artikel