artikel

Amerikaanse olie voor Europese trucks

Techniek Premium 896

Niet alleen in Europa worden steeds hogere eisen gesteld aan smeermiddelen voor bedrijfsvoertuigen. Het is zelfs zo dat de nieuwste Europese ACEA smeermiddel-eisen E6/E9 minder strikt zijn dan de Amerikaanse API CJ-4/CK-4. Dat is reden voor Texaco om zijn uitgebreide Amerikaanse Delo-productlijn nu ook naar Europa te brengen. Wat mogen we van die Delo-producten verwachten?

Amerikaanse olie voor  Europese trucks
Op uitgebreide schaal monitort Texaco bij gebruikers hoe hun smeerproducten het doen, dat gaan ze nu ook meer in Europa doen. Merk op dat deze technicus nog wel een Chevron-overall draagt.

Als tweede reden voor de komst van Delo wordt de globalisering van de bedrijfsautobranche genoemd. Er zijn weinig strikt Amerikaanse of puur Europese merken meer over. Dus is het niet meer zo zinvol om per continent verschillende programma’s van bedrijfsvloeistoffen aan te houden. Vandaar de keus om het Amerikaanse gamma met de hoogste eisen ook in Europa te gaan maken en leveren.

Lage wrijving, lange wisselintervallen, geen problemen in de systemen voor uitlaatgasreiniging – de wensen in de VS zijn niet anders dan hier. Daarom past Delo, wat staat voor Diesel Engine Lubrication Oil, ook hier naadloos. De Europese ACEA smeermiddel-eisen zullen ook nog worden opgetrokken naar Amerikaans niveau, zegt Delo-ontwikkelingschef Shawn Whitacre.

‘5W-30 of 10W-30 in plaats van 10W-40 bespaart meer dan 1 procent in de brandstof’

Betrouwbaarheid voorop

Er is een uitvoerig programma, breder dan dat van Ursa, horen we van marketing manager Brian Hayes. Aan de top staat Delo 400 XLE, beschikbaar als zeer brandstofsparende 5W-30, maar ook als zuinige 10W-30 en standaard 10W-40.

“Overgang op 5W-30 of 10W-30 in plaats van 10W-40 bespaart meer dan 1 procent in de brandstof, heel belangrijk daarbij is dat we ook bij deze dunnere olie een stabiele smeerfilm in stand kunnen houden.” Gevraagd naar het Unique Selling Point kiest Hayes voor lange levensduur, nog een interessante besparing.

Dat de presentatie flink leunt op kwaliteit en betrouwbaarheid blijkt wel uit de aanwezigheid van Lisa Kelly (bekend van de serie Ice Road Truckers op History Channel), een trucker uit Alaska die uitlegt waarom ze die betrouwbaarheid echt nodig heeft. Op de ‘ice roads’ moet je zeker weten dat de motor ’s nachts probleemloos blijft lopen, anders vries je dood tijdens je slaap in de cabine.

Compleet programma

Een greep uit de verschillende productlijnen om te tonen dat Delo alle soorten smeermiddelen en ook koelvloeistoffen kan bieden.

We tellen naast de semi-synthetische Delo 400 XLE nog negen oliesoorten, waaronder een speciale formulering Delo Gold Ultra S voor de Scania LDF-3 eis. Zo is er ook wat voor extreem koude omstandigheden, en olie voor internationale routes waar je wisselende brandstofkwaliteit (hoger zwavelgehalte) kunt tegenkomen.

Verder omvat het Delo-gamma alle andere smeermiddelen die zware voertuigen nodig hebben, en koelvloeistoffen. Er is ook transmissieolie, lagervet, olie voor assen, met toepassingen voor trucks, bussen, grondverzet, landbouwvoertuigen en mijnbouw.

Heel veel dus, en om het niet nog ingewikkelder te maken, moet alles nu onder de merknaam Texaco komen. Da’s hetzelfde bedrijf als Chevron, met dezelfde producten. Sommigen kunnen zich nog het merk Caltex herinneren, in Europa niet meer gevoerd, ook een en hetzelfde olieconcern.

Eigen additievenontwikkeling

Tot en met de topper Delo 400 XLE gebruikt Texaco maar deels synthetische olie. “Minerale oliën zijn door de jaren heen sterk verbeterd”, aldus Shawn Whitacre. Dus het hoeft niet allemaal synthetisch te zijn. En heel belangrijk voor hoge productkwaliteit is de 25 tot 30 procent additieven.

Uit de presentatie: in de VS illustreert men een breed gamma en hoge kwaliteit van Delo met ‘service van bumper tot bumper’ en ‘100.000 mijl zonder oliewissel’.

Texaco behoort tot de weinige olieconcerns die zelf additieven ontwikkelen. Dat gebeurt bij Oronite, ver weggestopt in de uitgestrekte petrochemische industrie van Europoort. Met groot enthousiasme worden we er ontvangen, want het is heel zeldzaam dat buitenstaanders bij Oronite binnen mogen. Maar dan wel zonder mobiele telefoon of camera. Nu is er deels ook niet zoveel te fotograferen: aan de ene kant laboratoria waar nieuwe formuleringen voor additieven worden bedacht, aan de andere kant laboratoria waar die nieuwe producten chemisch worden getest.

Duurproeven op alle soorten motoren

Verderop in de gebouwen wordt het leuker, in een hele rij motortestcellen. Hoe houdt een nieuwe olieformulering zich in de praktijk? Dat leren duurtests op maximale belasting, met allerlei motoren van klein tot groot.

Zo beginnen we bij een 1.6 PSA diesel, die op verzoek van de fabrikant wordt getest. We komen ook een bekende Mercedes-Benz OM truckmotor tegen, en eindigen bij een kamervullend Wärtsila viercilinder scheepsaggregaat. Waarvan de turbo alleen al zo groot is als een halve PSA 1.6 dieselmotor. Als uitzondering mag Oronite dan ook aan land motoren op zware stookolie laten lopen. Goede maar ook zuinige smering van serieuze scheepsmotoren is van groot belang, horen we, want er gaan tienduizenden (!) liters stookolie per dag doorheen op een groot vrachtschip.

 

Nog een leuke uit de presentatie, een spindiagram toont hoe ver het topproduct Delo 400 XLE (blauw) de vereisten van ACEA E9 (rood) overschrijdt op vrijwel alle punten.

Onbekende grootheid

Helaas konden we ook geen fotootje maken van de ‘trofeeënkast’ met gesneuvelde zuigers en kleppen. “Het is niet de bedoeling dat we hier alles stuk maken. We testen op maximale belasting, halen de motor dan volledig uit elkaar en analyseren slijtage. Maar het komt natuurlijk wel voor dat een motor onze duurtest niet overleeft.”

Dat zegt dan niet alles, want met name als een fabrikant een test bestelt, levert hij daarvoor niet altijd een complete standaard motor aan. Het gaat om slijtagebeelden, verloop van de oliekwaliteit, dat kan op een ‘kale’ motor gemeten worden.

Oronite ontwikkelt en produceert dus niet alleen voor Texaco, waar het bij hoort. Hun additieven worden als product op zich binnen de olie-industrie verkocht. Het is een soort ‘geheime dienst van de olie-industrie’, je zult nergens tegenkomen of een olie dankzij Oronite-additieven aan speciale eigenschappen komt. Maar voor Texaco natuurlijk handig, dat zij een van deze zeldzame specialisten in huis hebben en zo alles weten over wat met additieven mogelijk is.

Reageer op dit artikel