artikel

Tussenkoeler in het inlaatspruitstuk van Mann+Hummel

Techniek 1410

Turbotechniek viert hoogtij in nieuwe motoren, met steeds verdere verfijning. Denk nu aan de opkomst van elektrische turbo’s, nadat eerder al tussenkoelers steeds meer omschakelden van lucht/lucht naar lucht/vloeistofkoeling. Een primeur bij Mann+Hummel is een tussenkoeler die met het inlaatspruitstuk is gecombineerd. Wat levert dat op?

Tussenkoeler in het inlaatspruitstuk van Mann+Hummel
Heel veel ribben buitenop helpen het kunststof spruitstuk aan genoeg sterkte, ribben binnenin geleiden de druklucht optimaal naar de zes inlaatbuizen.

Zoals gebruikelijk bij toeleveranciers houdt Mann+Hummel zich op de vlakte welk automerk hun op de IAA show getoonde primeur als eerste toepast. Het gaat om een inlaatspruitstuk voor een zes-in-lijn motor.

Dan weten we al genoeg. Een nieuwe zescilinder lijnmotor vinden we bij Mercedes-Benz. Het gaat om de M256 in de S-klasse.

Ruimtebesparend

Steeds meer opgang maakt indirecte tussenkoeling bij turbomotoren. Dat is met een vloeistofkoeler, in plaats van de traditionele lucht/lucht tussenkoeler achter de grille.

Met vloeistof is een kleinere koeler voldoende, en is er gelijkmatiger koeling onafhankelijk van de rijsnelheid. Ook worden vloeistof tussenkoelers tegen de motor aan gebouwd, met minder leidingwerk tussen turbo, koeler en inlaat. Dat spaart dus ruimte, zowel achter de grille als in de motorruimte.

Kortere leidingen verminderen turbo-traagheid

Snelle reactie

Hoe dichter de koeler bij de motor zit, hoe kleiner het volume van het hele inlaattraject. Hierdoor wordt de reactie op drukverandering een stuk vlotter, lange leidingen vertragen de reactie.

Mann+Hummel maakt het nog eenvoudiger, door de tussenkoeler direct in het inlaatspruitstuk te bouwen. Korter kun je de leidingen niet maken. En het is makkelijker te monteren dan een aparte koeler en spruitstuk.

Optimale gelijkloop

Bovendien zegt Mann+Hummel dat deze oplossing een minimaal temperatuurverschil (na de koeling) oplevert tussen de zes cilinderinlaten. Maar hooguit twee graden verschil, bij tot negentig graden koeleffect. Dus gelijk vermogen uit elke cilinder.

Moderne versterkte kunststoffen maken het mogelijk. Ze zijn niet alleen bestand tegen de temperatuur van de turbolucht, ook tegen maximaal 2,7 bar absolute druk.

Als voordeel wordt verder genoemd dat de afdichting binnen het spruitstuk met koeler heel goed is. Bij leidingen tussen een losse koeler en de inlaat heb je meer kans op lekkage van de druklucht. Deze noviteit helpt zo nog wat aan het effect van de 48 V elektrische hulpturbo, om de motor onder elke omstandigheid supersnel op het gas te laten reageren.

Reageer op dit artikel