artikel

Trillen in het stuur (2008-10)

Techniek

Heeft u een verklaring voor het trillen van het stuur ondanks een nauwkeurige balancering? Zelfs het wisselen van wielen van voor naar achter en van links naar rechts heeft niet geholpen.

Trillen in het stuur (2008-10)

Als zorgvuldig balanceren niet het gewenste effect heeft zijn er nog enkele andere mogelijkheden om het trilprobleem op te lossen.

Ga na of één of meer banden een hoogteslag heeft. Is de velg de oorzaak van de hoogteslag of zit het in de band? Komt het getril vaker voor bij de betreffende auto? Hebben deze types dit probleem allemaal? Overleg met de importeur.

Als er extra brede banden zijn gemonteerd, doet zich soms een ander verschijnsel voor dat lijkt op trillen door onbalans. Als voorbeeld dient een voorwielaangedreven auto die voorzien was van 225/40R18 banden. Origineel zitten er 205/55R16 banden onder. De verklaring voor het steeds weer lichtjes bewegen van het stuur (dat zich uit in ‘getril’) is de volgende:

Hoe lager de band is, des te breder, maar ook des te korter (gezien in de rijrichting) het contactvlak van de band. De ‘fietswielen’ van vroeger hadden juist een smal en lang contactvlak. Het brede, korte contactvlak vervormt voortdurend. Zowel onder invloed van rem- en van acceleratiekrachten, als tijdens het rijden over wegoneffenheden. De vier ‘verfrollers’ zorgen daarmee voor lichte, maar hinderlijke stuurbewegingen. Dat valt nog het mees-te op bij rechtuitrijden, want rond de middenstand wijzigt het zelf-richtend koppel van de beide banden voortdurend van grootte.

Ook de bandenspanning heeft invloed op deze vorm van stuurbewegingen. De zijwangen van de banden verrichten hun verende taak immers niet goed als de spanning hoog is. Hoe stijver de zijwangen, hoe gevoeliger de besturing is voor het beschreven verschijnsel. De combinatie van laagprofielbanden en een hoge bandenspanning kan zelfs zorgen voor een onnauwkeurige besturing. Er treedt namelijk een kleine tijdsvertraging op bij stuurbewegingen gevolgd door een plotselinge (vrij) forse reactie.

Dat de bandenspanning inderdaad grote invloed heeft op stuurbewegingen blijkt uit het volgende praktijkgeval: Bij een auto met voorwielaandrijving traden trillingsproblemen op nadat zomerbanden waren gemonteerd. Zowel de zomerbanden als de ervoor gemonteerde winterbanden hadden de maat 205/55R16 en waren op dezelfde velgen gemonteerd. Tijdens het rijden viel het op dat het stuur kleine, onregelmatige bewegingen uitvoerde en de auto ‘zoekerig’ rechtuit reed. De bandenspanning bleek 0,3 bar hoger te zijn dan voor een volbeladen auto is voorgeschreven namelijk 2,5 in plaats van 2,2 bar. Na correctie stond het stuur keurig stil en reed de auto onverstoord rechtuit.

Even terzijde: voor winterbanden wordt vaak aangeraden met een 0,2 bar hogere spanning te rijden. Zo wordt bereikt dat de drukverdeling van het loopvlak zo gelijkmatig mogelijk blijft. Zeker bij temperaturen ver onder nul vervormt een band behoorlijk omdat de bandenspanning zover is gedaald (0,2 bar ten opzichte van de spanning bij 20°C). Bij winterbanden veroorzaakt een iets hogere spanning meestal geen trillingsproblemen, door het soepeler rubber en karkas.

Reageer op dit artikel