artikel

Koeling van piëzoverstuiver (2007-4)

Techniek

In AMT-maart stond een interessant artikel over de Mercedes V6 CGI motor. Er wordt een brandstofkoeler toegepast, om te voorkomen dat de piëzoverstuivers te heet worden. Waarom moet de temperatuur van de piëzoverstuivers worden beperkt?

Koeling van piëzoverstuiver (2007-4)

Piëzoverstuivers kunnen alleen goed werken als ze tussen de min 30°C en plus 140°C blijven. Benzine heeft een kooktraject van plus 30°C tot plus 215°C. Er zijn dus twee redenen om de hoogste temperatuur van de brandstof te beperken. De brandstof koelt immers de verstuivers die niet heter dan 140°C mogen worden. De benzine zelf mag ook niet te heet worden, want dan neemt de kans op problemen door vervuiling (lak- en koolafzettingen) toe.

Er is geen terugvoer naar de brandstoftank omdat er daardoor teveel benzinedampen ontstaan die het tankontluchtingssysteem, inclusief het actiefkoolfilter, te hoog belasten. De koelende werking van een terugvoersysteem vervalt dus, vandaar dat er een warmtewisselaar is toegepast. Heter dan 105 tot 110°C zal de benzine niet worden.

Een bijkomend punt is dat de brandstoftemperatuur dankzij de warmtewisselaar snel binnen vrij krappe waarden komt. Daardoor blijft de viscositeit binnen bepaalde grenzen en dat komt de straalvorming ten goede. Aangezien het hier om directe inspuiting gaat, is er weinig tijd beschikbaar voor de mengselvorming. Dus is het van groot belang dat de brandstofdruppeltjes klein zijn.

Overigens gaat het bovenstaande verhaal in principe ook op voor dieselmotoren, hoewel het kooktraject van diesel tussen plus 180°C en 380°C ligt.

Reageer op dit artikel