artikel

Smeren van motoren met roetfilter (2006-11)

Techniek

Bij dieselmotoren die zijn uitgerust met een roetfilter, schrijft de ene autofabrikant wel een C3-olie voor (zoals BMW en Mercedes), terwijl andere fabrikanten soms geen eisen aan de motorolie stellen (bijvoorbeeld Toyota en Opel). Reden om een C1-, C2- of C3-olie te gebruiken is dat het roetfilter niet vroegtijdig dicht gaat zitten met asdeeltjes van verbrande additieven welke ook bij het regenereren niet verbranden. Dus hoe zit het dan met die motoren met roetfilter waarbij aan de motorolie geen C-eis wordt gesteld? En wat is het smeeradvies wanneer achteraf een roetfilter wordt ingebouwd?

Smeren van motoren met roetfilter (2006-11)

De autofabrikanten werken nauw samen met de roetfilterleveranciers. Samen bepalen ze welk type olie het meest geschikt is. Daarbij speelt ook het olieverbruik een belangrijke rol. Als er immers geen olieverbruik is, hoeft er geen ‘low-SAPS’ olie met laag asgetal te worden gebruikt. Zo kan het dus voorkomen dat de ene autofabrikant wel een C-olie voorschrijft, terwijl de andere fabrikant dit niet nodig of wenselijk vindt. Respecteer altijd het voorschrift van de fabrikant en ga niet experimenteren.

Het regenereren van een roetfilter vraagt om meerdere inspuitingen, dat is iets wat alleen van fabriekswege mogelijk is. Gaan we achteraf een roetfilter monteren, dan is het regenereren niet zo fraai te regelen. Vandaar dat er bij achterafmontage met ’open’ roetfilters, dus zonder afgesloten kanalen, wordt gewerkt. Deze veroorzaken niet zo snel een onaanvaardbare tegendruk. Voor de motoren waarbij achteraf een roetfilter wordt geplaatst, blijft het olievoorschrift gelijk aan wat voorheen van toepassing was. De speciale low-SAPS oliën mogen in deze motoren zelfs niet worden gebruikt omdat er door het veranderde additievenpakket smeertechnische problemen, zoals vervuiling en slijtage kunnen ontstaan.

Reageer op dit artikel