artikel

Beste banden voor of achter? (2) (2006-1)

Techniek

In AMT-oktober adviseerde u de beste banden altijd achter te monteren en gaf u tevens aan dat bij moderne auto’s de achterste banden vaak het hardst slijten. Even de praktijk: wij onderhouden hoofdzakelijk kleine auto’s. Hier slijten de voorbanden duidelijk het meest. Bij een 30.000 km-beurt hebben de voorbanden nog 2,5 mm en de achterbanden 3,5 mm profiel. Vier banden wil en kan ik de klant niet verkopen. Zet ik de bestaande banden voorop, dan rijdt mijn klant binnen 15.000 km onveilig. Zet ik de nieuwe voorop en die met 3,5 mm achter, dan ben ik er zeker van dat deze banden bij een volgende beurt nog minimaal 2 mm hebben, dan wel vervangen moeten worden. Maar ik krijg geen angstige dromen omdat ik bang moet zijn dat ik de klant onveilig de straat heb opgestuurd.

Beste banden voor of achter? (2) (2006-1)

Vaak is er een conflict tussen de technische aspecten en de commerciële inzichten. Nog een feit: bij slijtage moet u niet alleen denken aan profieldiepte, maar ook aan andere vormen van slijtage zoals het beruchte zaagtandeffect.

Auto- en bandenfabrikanten adviseren de banden met zekere regelmaat op voor- en achteras te wisselen. Afhankelijk van de fabrikant en de toegepaste banden tussen de 12.000 en 18.000 km. In Europa worden de meeste auto’s verkocht volgens het ontwerp met voorwielaandrijving en een praktisch onbelaste, lichte achteras. Dit heeft in heel veel gevallen tot gevolg dat er zaagtandslijtage optreedt aan de achterbanden. Dit veroorzaakt een geluid dat sterk doet denken aan dat van versleten wiellagers.

Alle andere constructieve factoren ten spijt; een autoproducent zet comfort op de eerste plaats. Dat is wat de consument altijd merkt. Of liever gezegd, het ontbreken daarvan. Banden die na 10.000 km een hinderlijk geluid gaan produceren passen niet in dat beeld. Dus wordt wisselen aanbevolen. Ook steeds meer gangbaar is het bewerken van het loopvlak met een tire-trimmer. (Zeer) goed geoutilleerde bandenspecialisten beschikken over een dergelijke machine die honderdsten van millimeters van het loopvlak kan frezen, waardoor dit weer egaal wordt. De zaagtandslijtage wordt dan ‘weggepoetst’.

Bij kleine auto’s speelt zaagtandslijtage minder een rol. Dat wil zeggen: in technische zin wel, maar in de beleving van de bestuurder niet of veel minder. Daar gaat het er meestal om hoe voordelig er kilometers afgelegd kunnen worden. Het betreft in veel gevallen kleinere voorwielaangedreven auto’s waar niet al te lange afstanden mee afgelegd worden en waar zeker aan de voorbanden de meeste slijtage optreedt. Anders is het bij de midden- en topklasse automobielen. Hier gaat het om zakelijke rijders die comfortabel vele kilometers per jaar (moeten) afleggen. En dan zal een irritant zoemgeluid afbreuk doen aan het rijgenot en wordt de vinger gewezen naar de autofabrikant. Kortom; als garagehouder moet men het nodige technische en commerciële inzicht hebben om de klant op juiste en veilige wijze te adviseren.

Technisch gezien heeft meer profiel aan de achterzijde de voorkeur. Commercieel gezien: schat het gebruik van de betreffende auto in en maak een inschatting van het rijgedrag van de bestuurder. En dan zou de stelregel kunnen zijn dat twee mm verschil vóór ten opzichte van achter geen belemmering is, als er achter ook ‘voldoende’ profiel aanwezig is. De ‘beste’ banden zijn dus banden met het meeste profiel en banden die de kans niet krijgen om zaagtandslijtage te vertonen, omdat ze op tijd van achter naar voor gewisseld of getrimd worden.

Reageer op dit artikel