artikel

Onverklaarbare bandslijtage (2005-10)

Techniek

De achterband van een Alfa 155 2.5 TD vertoont een vreemde slijtage. Het loopvlak heeft weliswaar nog voldoende profiel, maar de band is tot op het karkas versleten op het overgangsgebied tussen wang en loopvlak. Een vreemde plek, waarbij ik eerst aan slijtage door carrosseriecontact dacht. Hiervan is echter geen sprake, temeer omdat deViking Protech band in de door Alfa aanbevolen maat (205) op een standaard behoorlijk brede 6,5J velg is gemonteerd. Heeft AMT een verklaring voor dit slijtageverschijnsel? En hoe kun je bepalen of een band-/velgcombinatie veilig is? In Duitsland is precies omschreven in de ‘Fahrbrief’ welke combinaties van banden en wielen zijn toegestaan.

Inderdaad worden in Duitsland band-/wielcombinaties hetzij toegelaten bij algemene toestemming (ABE) of in individuele gevallen per auto (‘Fahrbrief’). In Nederland kennen we in principe maar twee factoren waarbij met name bij een typegoedkeuring rekening wordt gehouden, zijnde de load-index (draagvermogen, toegestane massa per band) aangegeven met een cijfer en de speed-index (snelheidscategorie) gekenmerkt door een letter.

Nu het onderhavige probleem. Een Viking Protech is een voor de betreffende Alfa geschikte band. Uitgaande van het door u vermelde summiere gegeven ‘205’ zal dit ons inziens de aanbevolen maat 205/50R15 zijn. Het standaardwiel van de door u bedoelde auto is echter geen 6,5J maar een 6J. De 6,5J zou als optie gemonteerd kunnen zijn. Maar betreft het een 6,5J uit een door Alfa Romeo gehanteerde lijst, of een willekeurig gekozen wiel dat achteraf is gemonteerd? In het tweede geval kan er dus wel sprake zijn van een onjuiste wielbolling (ET-waarde, offset).

De gehanteerde bandmaat is op zich correct in combinatie met zowel het 6,5J als het 6J wiel (uitgaande van overzichten in de Duitse literatuur). Indien de wielbolling aan de specificaties voldoet, blijven er twee aspecten over die de bandschade hebben kunnen doen ontstaan.

Het eerste aspect is de verstoring van de wieluitlijning aan de achterzijde, door bijvoorbeeld een onzachte aanraking met ‘iets’. Het verdient dus aanbeveling die te (laten) controleren, eerst de wielvlucht (camber) en daarna de sporing.

Het tweede aspect is toch weer de bandendruk. De Alfa Romeo 155 2.5 TD moet met een relatief hoge druk worden bereden; vóór 2,5 en achter 2,3 bar en bij hogere snelheden/zwaardere belading vóór 2,8 en achter 2,5 bar. Bij door Alfa toegelaten wielen in de maat 16” worden zelfs drukken boven 3,0 bar voorgeschreven, dus dit onderwerp geniet serieuze aandacht. Een te lage druk kan de door u beschreven schade/slijtage tot gevolg hebben, zeker bij een dergelijk relatief brede band. Dit in combinatie met een wiel met een verkeerde wielbolling, waardoor het wiel te ver naar buiten steekt en de band te veel op de binnenzijde gaat ‘dragen’. En dan komt ook nog de vraag aan de orde of het karkas op de door u aangegeven plaats ook al beschadigd was door overbelasting (dit kan zelfs breuk tot gevolg hebben).

Kortom: afgezien van de twijfel over de juiste wielbolling (controleren!), de auto laten uitlijnen, eventueel wielgeleidingsonderdelen (draagarmen, fusee) op vervorming controleren en de juiste bandendruk hanteren en deze regelmatig meten. Ten slotte, band/wielcombinaties kunnen als veilig worden verondersteld als zij, voor wat de maatvoering betreft, door de voertuigfabrikant worden aanbevolen.

Reageer op dit artikel