artikel

Ongewoon tussendifferentieel (2004-01)

Techniek

Tijdens het surfen op het internet merkte ik op dat de Subaru Impreza WRX Sti op sommige markten wordt aangeboden met een ‘Driver Control Center Differential (DCCD)’. Met dit systeem is het voor de bestuurder mogelijk om de aandrijfkoppelverdeling over voor- en achteras in te stellen. De bestuurder heeft de keuze uit 6 standen. Er is ook een automatische stand, waarbij de computer de verdeling kiest. Spijtig genoeg kon ik nergens een werkingsprincipe van dit centraal differentieel vinden. Kunt u dat vertellen?

Om te beginnen is het centrale tussen- of middendifferentieel van een planetair tandwielstel voorzien die het aandrijfkoppel verdeelt in 36% naar de voorwielen en 64% naar de achterwielen. Tussen de planeetwieldrager en het zonnewiel zit een meervoudige natte platenkoppeling. De koppelingsplaten worden door een druk- of taatslager tegen elkaar gedrukt. Het druklager bestaat uit een aantal kogels die in gegroefde banen in twee taatsen lopen. De groeven zijn zo gevormd dat als één van de taatsen wordt verdraaid de kogels in zijdelingse richting, dus axiaal, worden verplaatst. Door het axiaal verplaatsen van de kogels worden de koppelingsplaten aangedrukt of juist ontlast als de taats de andere kant op wordt gedraaid. Het verdraaien van de taats gebeurt met een elektromagneet en gaat ongeveer als volgt: magneet bekrachtigen, taats verdraait met de wijzers van de klok mee, kogels worden axiaal verplaatst, andere taats drukt koppelingsplaten op elkaar.

De elektromagneet kan, zoals u schrijft, in zes standen worden gezet. De uiterste standen zijn die waarbij de koppelingsplaten vrij bewegen en die waarbij de koppelingsplaten vast op elkaar zitten. In het eerste geval is er een 36/64 koppelverdeling, in het tweede geval zit het differentieel vast en is de koppelverdeling 50/50. Het met de hand instellen van het tussendifferentieel beïnvloedt het onder- of overstuur effect.

De automatische bediening van de koppeling geschiedt op dezelfde mechanische wijze, maar het zijn de wielsensoren van het ABS die dan bepalen welke wielen nog grip hebben.

Nu we het toch over ongewone tussendifferentieels hebben, mag die van de BMW X3 ook wel worden genoemd, omdat dit systeem lijkt op dat van de Subaru. Bij de X3 is er sprake van een rechtstreekse achterwielaandrijving. De voorwielaandrijving wordt door middel van een platenkoppeling in- of uitgeschakeld. Er is geen differentieel. De uiterste standen van de platenkoppeling zijn: helemaal open en helemaal gesloten. In het eerste geval worden de voorwielen helemaal niet aangedreven, in het tweede geval is er sprake van een 50/50 verdeling (zonder differentieelwerking). Door nu de platenkoppeling tussen de beide uitersten (open of gesloten) te bewegen en aan te sturen via de ABS-sensoren, de stuurhoeksensor en de giersensor kan een ondersturende X3 snel weer neutraal worden ‘gemaakt’ door de tussenkoppeling iets te openen. Gaan de achterwielen iets te ver opzij, overstuur, dan wordt de tussenkoppeling iets verder gesloten. Pas als deze aandrijfcorrecties onvoldoende effect hebben, grijpt het stabiliteitssysteem in door de remmen in te schakelen.

Reageer op dit artikel