artikel

Smeren van moderne motorfietsen (2003-10)

Techniek

In het artikel over de nieuwe Revolution-motor van Harley-Davidson (AMT 7/8 2003) wordt een JASO MA motorfietsolie genoemd. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

De Japanse motorfietsfabrikanten (Honda, Kawasaki, Suzuki en Yamaha) hebben in 1998 eisen opgesteld voor viertakt motorfietsoliën.

Tot ongeveer 1990 waren oliën voor viertakt automotoren ook geschikt voor viertakt motorfietsmotoren. Met de komst van brandstofbesparende ‘dunne’ oliën ontstonden er tal van problemen die het gevolg zijn van constructieve verschillen.

Auto’s hebben geen natte koppeling, de meeste motorfietsen wel. Bij motorfietsen is het gebruikelijk dat ook de transmissie door de motorolie wordt gesmeerd. Het starten gebeurt met een vrijloopkoppeling die gaat slippen als de olie bepaalde additieven bevat, bij auto’s speelt dat geen rol.

Sommige motorfietsen hebben een speciale voorziening die tijdens het afremmen op de motor de koppeling iets doet slippen om het stuiteren van het achterwiel te voorkomen. Het toerental van veel motorfietsmotoren is veel hoger dan bij automotoren, het toerengebied is dus breder. De tandwielen in de primaire overbrenging en in de transmissie stellen hogere eisen aan de olie dan bij een automotor het geval is.

Lucht- en oliegekoelde motoren vragen om een thermisch zeer stabiele olie.

Alles overwegende hebben de genoemde fabrikanten kwaliteitseisen voor viertakt motorfietsmotoren opgesteld, die in de norm JASO T903-98 zijn vastgelegd. Oliën van MA-klasse zijn geschikt voor natte koppelingen, die van de MB-klasse voor motoren met een droge koppeling. De MA-oliën zijn overigens ook geschikt voor transmissies van tweetaktmotoren.

Bij BMW- en Moto Guzzi-modellen met een aparte, losse versnellingsbak is een ‘echte’ transmissieolie op zijn plaats. Zo’n API GL4- of GL5-olie is tevens geschikt om de haakse overbrenging (het cardan) te smeren.

Reageer op dit artikel