artikel

Toekomst voor biodiesel? (2000-11)

Techniek

Omdat de brandstofprijzen de pan uit rijzen zullen alternatieve brandstoffen meer aandacht krijgen. In het verleden hebben we kunnen lezen over de Elsbett-motor. Wat is daar van terecht gekomen? Thans is het gebruik van raapzaad-, koolzaad- en dergelijke oliën als brandstof zeer actueel. Welke aanpassingen zijn nodig om op die brandstoffen te kunnen rijden, wat zijn de risico’s? Welke brandstoffen komen in aanmerking en wat zijn de fiscale gevolgen?

Toekomst voor biodiesel? (2000-11)

De prijzen die de eindgebruikers voor brandstof betalen, worden voor een klein deel bepaald door de prijs van ruwe olie. Als dezelfde belastingtaktiek op alternatieve brandstoffen wordt losgelaten, zal er geen groot prijsvoordeel zijn. Dat geldt niet alleen voor autogas en aardgas, maar ook voor koolzaadolie dat in andere talen raapzaadolie heet.

Het is namelijk absoluut nodig om op de ruwe koolzaadolie een synthetisch raffinageproces los te laten om er Biodiesel en glycerine van te maken. Biodiesel is dan een raapzaad-methyl-ester (RME) geworden die voldoet aan de DIN E51606 kwaliteitsnorm. De achterblijvende pulp kan als veevoer worden verwerkt.

Dit fabricageproces vraagt circa 60% van de energie die uit RME wordt verkregen dus zijn de milieuvoordelen beperkt. Uit 3000 kg koolzaadplanten ontstaat 1895 kg pulp en 1132 kg koolzaadolie als er 133 kg methanol wordt toegevoegd. Tijdens het om-esteren worden er 122 kg glycerine en 1143 kg (1300 liter) biodiesel gevormd. Om deze 1300 liter RME te maken, is circa 1 ha met koolzaadplanten nodig. Dat betekent dat we een veel te geringe opbrengst hebben om het dieselverbruik te compenseren.

Berekeningen tonen aan dat er hooguit 0,3% van het wereldverbruik aan dieselolie te produceren is. In Duitsland verwacht men hooguit 285.000 ton RME te kunnen produceren, er is echter 27.000.000 ton nodig. Er zijn voor- en nadelen aan het gebruik van biodiesel verbonden. DI dieselmotoren kunnen er met geringe aanpassingen op draaien.

RME is niet giftig en biologisch afbreekbaar. Er zit geen zwavel in, de emissies van deeltjes, HC, CO en CO2 zijn gunstiger dan van gewone diesel. Het verbruik in liters is 5 tot 9% hoger dan op dieselolie. De NOx uitworp is echter hoger, er ontstaat een grotere bijdrage aan ‘smog’. Smeerolie vervuilt sterker, dus moet vaker worden ververst. De uitlaatlucht wordt niet door iedereen op prijs gesteld, het is een oliebollen baklucht.

Al met al geen juichend geheel, vandaar ook dat Elsbett en zonen in de problemen zijn gekomen. De emissie-eisen worden verder steeds strenger en die krijgen alle aandacht van de motorfabrikanten.

Reageer op dit artikel