artikel

ACEA A1/B1 olie in oudere motor (1999-12)

Techniek

Met veel aandacht heb ik het artikel ‘Zorgeloos smeren’ in AMT 7/8 1999 gelezen. Graag wil ik enkele opmerkingen maken. U schrijft dat A1/B1 oliën, toegepast in hoogbelaste motoren, kunnen leiden tot ernstige slijtage en lagerschades. Verder schrijft u dat voor deze toepassingen beslist een A3/B3 moet worden gebruikt, omdat de viscositeit bij 150°C hoog genoeg is om problemen te voorkomen.
Motoroliën volgens de ACEA specificaties A1/B1 zijn brandstofbesparende motoroliën. Deze brandstofbesparing wordt verkregen door basisoliën te gebruiken met een lage viscositeit bij hoge temperaturen, waarvan de limieten, aangegeven door de ACEA voor de HTHS, liggen tussen minimaal 2,9 mPa.s en 3.5 mPa.s. Voor A3/B3 motoroliën begint deze limiet pas vanaf 3,5 mPa.s. Men kan dus nooit een motorolie ontwikkelen die zowel aan A1/B1 als A3/B3 voldoet. Het is echter wel mogelijk om een motorolie te ontwikkelen die brandstofbesparend is en voldoet aan de specificaties A1/B1, en verder alle motortesten doorlopen heeft die vereist zijn voor een A3/B3 motorolie. Zo kan men bewijzen dat deze brandstofbesparende olie hetzelfde beschermende prestatieniveau heeft als een A3/B3 olie.
Verder schrijft u dat men ook met ACEA A3/B3 olie een flinke brandstofbesparing kan bereiken. Dit is mijns inziens onvolledig. Het gebruik van een motorolie volgens ACEA A3/B3 met viscositeitsklasse SAE 15W-40 zal zeker geen hogere brandstofbesparing tot gevolg hebben dan wanneer men een motorolie gebruikt volgens ACEA A2/B2 met dezelfde viscositeitsklasse. Men zal wel van een brandstofbesparing kunnen spreken indien men een lagere viscositeitsklasse gaat gebruiken.

Dat het gestelde over mogelijke motorschades niet verkeerd is, blijkt uit het feit dat A1/B1 oliën voor bepaalde Ford, Audi en Peugeot motoren niet zijn toegestaan.

Als we naar de oorsprong van de door de CCMC (dus de Europese motorconstructeurs) ingestelde grens van 3,5 mPa.s bij 150°C en bij een bepaalde afschuifwaarde gaan, zien we dat lagerschades en uitzonderlijke hoge slijtage er aan ten grondslag liggen. De multigrade oliën van de zestiger en zeventiger jaren waren niet afschuifstabiel. Alle Europese fabrikanten hebben zich hieraan gehouden. Wat we niet wensen, is een herhaling van de problemen die zich destijds voordeden. Vandaar dat de A1/B1 oliën alleen voor nieuwe motoren worden voorgeschreven.

Terecht stelt u dat er A1/B1 oliën zijn die aan alle kwaliteitseisen van de A3/B3 voldoen. Maar wat de HTHS (High Temperature High Shear) viscositeit betreft, is de grens voor A1/B1 oliën nu eenmaal 2,9 mPa.s. Dat wil zeggen 83% van de 3,5 mPa.s die de A3/B3 oliën halen. Dat is kennelijk voor bepaalde motoren een te lage waarde.

Oliefabrikanten die hun A1/B1 oliën geschikt vinden als universele werkplaatsolie zullen de eventuele motorschades voor eigen rekening moeten nemen.

Over de brandstofbesparing valt te zeggen dat er met A3/B3 en ook B4 oliën alleen veel te bereiken is door SAE 0W-30 of 5W-30 oliën toe te passen. U heeft gelijk als u stelt dat bij dezelfde viscositeitsindeling het verschil in kwaliteit geen invloed heeft op het brandstofverbruik.

Reageer op dit artikel