artikel

Problemen met hydraulische klepstoters (1999-10)

Techniek

Na diverse (vergeefse) startpogingen kan bij motoren met hydraulische klepbediening compressieverlies via de kleppen optreden, doordat deze simpelweg worden ‘opengepompt’. Door dit verschijnsel zal de motor ook na het opheffen van eventuele defecten (waardoor deze oorspronkelijk niet wilde aanslaan) niet op gang komen. Eén en ander deed zich voor bij een Mercedes-Benz 300 E en een Ford Escort 1.4 liter motor. De remedie was het demonteren van de kleppentrein en de hydraulische klepstoters stuk voor stuk met behulp van een pers of bankschroef enkele millimeters in te drukken, teneinde ‘stelolie’ gedeeltelijk te laten wegstromen. Na het monteren bleek de compressie weer op peil. De motor sloeg na het starten aan en liep als vanouds. Is dit fenomeen bekend en bestaan er andere methoden om dit probleem op te lossen?

Als we de werking van een hydraulische stoter bekijken, zien we dat de lekspleet bepalend is voor de oliedruk in de hogedrukkamer. Het is de fabrikant van de stoter die, in nauw overleg met de motorfabrikant, de lekverliezen bij warme motor vastlegt. De olieviscositeit speelt daarbij een heel belangrijke rol. Is de olie te stroperig (visceus), wat bij de door u aangehaalde motoren vermoedelijk het geval was, dan zal er weinig olie via de lekspleet verdwijnen. Dat heeft tot gevolg dat de druk in de hogedrukkamer te hoog blijft. Het resultaat daarvan is weer dat er één of meer kleppen blijven openstaan. Dat heeft soms alleen maar compressieverlies tot gevolg, maar soms worden de uitlaatkleppen zo heet dat er zich overmatige asafzetting voordoet. Dat heeft dan weer het blijven hangen in de klepgeleiders tot gevolg en/of het niet goed meer afsluiten op de klepzitting.

Het advies is duidelijk: zorg voor de juiste olieviscositeit. Daar komen nog enkele zaken bij: ververs de olie op tijd, vul niet te hoog en gebruik een olie met API SJ ACEA A3 kwaliteit. Let op! Bij bepaalde Ford motoren wordt er SAE 5W-30 olie voorgeschreven met ACEA A1 kwaliteit.
Hoe werkt het?

Als de nok op de stoter aanloopt, sluit de terugslagklep en in de hogedrukkamer wordt druk opgebouwd. De ingesloten hoeveelheid olie laat zich niet samenpersen en de stoter werkt als een star element.

Lichten van de klep

De nok oefent een kracht op de stoter uit, waardoor de druk in de hogedrukkamer stijgt. Een geringe hoeveelheid olie ontwijkt via de lekspleet uit de hogedrukkamer. Hierdoor schuift de stoter tijdens het lichten van de klep maximaal 0,1 mm in elkaar. Dit is constructief noodzakelijk, opdat de stoter zich kan aanpassen als de afstand tussen nokkenas en klepsteel kleiner wordt.

Compensatie klepspeling

Na het sluiten van de klep drukt de nok niet meer op de stoter en de druk in de hogedrukkamer daalt. De drukveer drukt de cilinder en de zuiger zover uit elkaar, tot er geen speling meer tussen nok en stoter aanwezig is. De oliedruk in de voorraadkamer opent de terugslagklep en de hogedrukkamer wordt weer geheel gevuld. De hoeveelheid olie die wordt nagevuld is afhankelijk van de klepspeling.

Reageer op dit artikel