artikel

Vastzittende bougies en wielmoeren (1999-04)

Techniek

Hierbij geef ik u mijn reactie op het al dan niet smeren van bougies (AMT 12, 1998) en het smeren van wielbouten (AMT 1, 1999). Mijn ervaring met bougies die zijn voorzien van een conische zitting in de Ford OHC motor met gietijzeren cilinderkop is dat deze, na ongeveer 20.000 km, verschrikkelijk vast konden gaan zitten. Ondanks het, volgens voorschrift, met de momentsleutel vastzetten ervan. Min of meer eenzelfde ervaring heb ik met wielbouten. Vastzetten moet volgens voorschrift met behulp van een momentsleutel doorgaans wel lukken, maar het losdraaien kan soms een groot probleem vormen. Dit mede als gevolg van corrosie. De schroefdraad dient schoon van vuil te zijn en licht invetten met kopervet is hierbij mijn devies. Sinds ik dat doe hebben zich nooit meer problemen voorgedaan bij het losdraaien van bougies en wielmoeren. In tegenstelling tot wat u schrijft ben ik van mening dat, als je te werk gaat volgens bovenstaande methode, bouten of moeren nooit te vast zullen worden aangedraaid. Tijdens het vastzetten wordt de spanning immers opgebouwd in het materiaal van de bout en moer en niet in het vet of olie.

Zoals altijd zijn er uitzonderingen op de regels. Bougies en wielmoeren met conische zittingen kunnen inderdaad erg vast gaan zitten.Vet trekt vuil aan, sommige monteurs gebruiken daarom kruipolie om het vastzitten te voorkomen. Dat geldt vooral voor de wielmoeren.

Bij het gebruik van een momentsleutel gaat een deel van het aanhaalmoment zitten in de wrijving, zowel onder de kop als van de schroefdraad. Gaan we die goed smeren, dan komt erbij hetzelfde aanhaalmoment een grotere voorspanning op de bout of in de moer terecht. Dat kan de bout, de moer of het tapeind overbelasten.

Bij het verdraaien over een bepaalde hoek wordt wel de juiste voorspanning bereikt. Loopt de schroefdraad zwaar, dan is er een hoger aanhaalmoment nodig om de voorgeschreven hoekverdraaiing te bereiken.

Een heel enkele keer worden bouten zover aangehaald totdat er een bepaalde verlenging is bereikt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij drijfstangbouten.

Bij grote scheepsmotoren worden tapeinden hydraulisch gerekt tot een bepaalde lengte. Daarna wordt de moer aangedraaid en vervolgens wordt het tapeind hydraulisch ontlast. Het tapeind is voorgespannen dan als een veer.

Reageer op dit artikel