nieuws

Bijna een halve eeuw MINI

Home

Op 26 augustus is het vijftig jaar geleden dat project ADO 15 van de British Motor Corporation werd onthuld, de Morris MINI-Minor. Destijds een wel zeer ongewoon autootje, met kenmerken die toekomstwijzend bleken. Maar ook toen de MINI allang niet meer modern was, bleef hij gewild. Pas na 36 jaar kwam het voorlopig einde. Tot de New MINI in 2001 het oude succes voorzette. AMT laat 44 jaar MINI-historie herleven…

Bijna een halve eeuw MINI

In de huidige MINI heeft BMW op zeer indrukwekkende wijze moderne techniek met klassieke stijl weten te combineren. Echt MINI-gevoel, terwijl de overeenkomsten met de echte MINI nogal minimaal zijn. Het origineel was bijna volledig afwijkend van alle andere auto’s, in vorm en techniek. Dat geldt niet voor de nieuwe MINI, die ook lang zo ‘mini’ niet is.

Twee klassen groter

Op een wielbasis van 43,5 cm langer staat een 65 cm langere auto. Bovendien is de nieuwe Mini liefst 27,5 cm breder dan de oude, en 5,5 cm hoger. Haast niet te geloven dus dat de AMT-redacteur in 1959 de oer-MINI ruim geschikt voor vier volwassenen vond.

Zelfs de veel grotere nieuwe MINI vinden we nu toch achterin niet meer dan draaglijk ruim. Zo veranderen de verwachtingen in een halve eeuw. En nog iets, de oer-MINI woog zowat half zo veel als het huidige basismodel, nog geen 600 kg!

Onvoorstelbare omslag

Zo goed als onze redacteur in 1959, kunnen we ons nu nauwelijks voorstellen hoe ooit toegestemd kon worden om ADO 15 in productie te nemen. De British Motor Corporation was met al zijn voorgangers en opvolgers een toonbeeld van Brits-conservatief beleid. Al snapten ze wel dat de tien jaar oude Morris Minor vervangen moest worden.

Een model van kort na de oorlog, met styling van voor de oorlog. Nog herkenbare losse spatborden, 950 cc motor voorin, en aandrijving naar een starre achteras. Dat moest zuiniger, praktischer en moderner in de kleinere MINI-Minor. Wist BMC veel, dat ze met ‘mini’ een modewoord lanceerden voor een heel nieuw tijdperk.

Ze hadden ook het merk Austin, dat meestal de nieuwste modellen had. Vandaar dat deze keer Morris de primeur mocht hebben, en pas later de zo goed als identieke Austin 7 kwam. Maar goed, hoe miniaturiseer je een Morris Minor tot een goedkoper en toch ruimer model? Daarvoor moest ontwerper Alec Issigonis uitzonderlijke toeren bedenken.

Een van 950 naar 850 cc verkleinde Morris Minor-motor werd dwars opgesteld, met een heel nieuwe versnellingsbak voor voorwielaandrijving in het motorcarter. Onafhankelijke vering met rubber balgen rondom was goedkoop en vooral ruimtesparend.

Onverwoestbaar

In die rubber vering stak vele jaren studie. Voorwielaandrijving was nog uiterst zeldzaam, en een dwars opgestelde motor nog vrijwel uniek. Een vierbak die in de motorolie draaide bleef helemaal uiterst ongewoon. En toch keurde het conservatieve BMC dit goed.

Het concept met dwarse motor en aandrijving voor bleek toekomstwijzend. Weinig comfort maar een onnavolgbare wegligging maakte de MINI met 36 pk aan boord toch tot een soort sportwagentje. Hiermee vestigde de MINI een onverwoestbare roem.

Het wagentje zelf was lang niet roestvrij, en kende heel wat zwakke technische punten. Na pakweg tien jaar productie was het hele technisch concept niet meer vooruitstrevend. Er veranderde niets aan, behalve dat de motor wat groeide. Maar toch overleefde de MINI de geleidelijke instorting van de Britse automerken.

Zes jaar pauze

Een moderner opgezette Austin Metro kon hem na twintig jaar nog niet vervangen. Toen die Metro verbouwd werd tot Rover 100-serie stond de MINI er nog steeds eigenwijs naast. Pas toen BMW in 1994 het noodlijdende Rover overnam viel het besluit met de MINI te stoppen, na nog een paar afscheidsseries.

Heel snel kreeg BMW wel door dat ze beter met Rover dan met MINI hadden kunnen stoppen. Ze begonnen een nieuwe, moderne MINI op te zetten. Met de technische verfijning van een BMW, en een nieuwe motorgeneratie die samen met Chrysler werd ontwikkeld en geproduceerd.

Voordat de nieuwe MINI in 2001 klaar was had BMW de rest van Rover weer afgestoten. Met die ‘rest’ ging het verder bergafwaarts. De nieuwe MINI bleek BMW verbazend goed te kunnen neerzetten, en na zes jaar nog bij de oude roem te kunnen aanknopen.

Nieuw hart

Alleen met die motor ging het niet helemaal lekker. Chrysler had ook moderne, kleine motoren nodig, onder meer voor de PT Cruiser. BMW wilde wel deelnemen, had zelf niets in huis van geschikt MINI-formaat. Maar het Chrysler-concern kwam in verdrukking, BMW moest de in Zuid-Amerika nieuw gebouwde motorenfabriek helemaal overnemen.

Om hem uiteindelijk helemaal te laten vallen, nadat samen met Peugeot weer een nieuwe generatie kleine motoren was ontwikkeld. Die veel moderner en verfijnder aggregaten staan sinds 2006 in de MINI.

Daarbij is er nu ook een Cabrio en een Clubman-stationcarversie, volgend jaar komt een Crossover mini-suv. Dat wordt de allereerste echte vijfdeurs MINI. Dus vijftig volle productiejaren gaat de MINI ook nog best halen, in 2015.

Peter Fokker (Redactie Auto & Motor TECHNIEK)

Reageer op dit artikel