Recent heeft de Transportcommissie van het Europarlement een voorstel neergelegd om de automatische noodoproep eCall vanaf 2015 verplicht te stellen voor nieuwe auto’s. In juli zou het voltallig Europees Parlement hierover stemmen. Bezworen wordt dat eCall niet zal werken als een ‘Big Brother’ die iedereen bespioneert. Wat doet het dan wel?
Aan de exacte technische uitwerking wordt nog druk gewerkt, dit vooraf. De Transportcommissie stelt voor dat eCall het internationale alarmnummer 112 zal gebruiken, en dat alarmcentrales daarop worden aangepast.
Automatisch en handbediend
Er bestaan al heel wat merkspecifieke systemen waarmee een alarm afgegeven kan worden, om zo snel mogelijk hulpdiensten te activeren. Dat zou bij eCall automatisch gebeuren, in geval van een ernstig ongeval.
Bij voorkeur zou eCall uitgerust moeten zijn met een eigen telefoonkaartje. Bij activering belt eCall het alarmnummer 112, en geeft de meest noodzakelijke gegevens. Daarnaast wordt een spraakverbinding opgebouwd van alarmcentrale naar voertuig.
Ook zou eCall per knop geactiveerd kunnen worden, bijvoorbeeld als iemand onwel wordt achter het stuur, of een ongeluk ziet gebeuren. Dan helpt ook de spraakverbinding, zodat de alarmcentrale kan vragen wat er precies aan de hand is. Tevens, denkt de Transportcommissie, geeft het een drempel tegen misbruik.
Geen continu bewaking
Wat eCall om te beginnen zou moeten doorgeven is voertuigpositie, voertuigidentificatie en alarmeringstijd. Deze gegevens worden uitsluitend verzonden als eCall is geactiveerd. Dat kan automatisch zijn, wanneer bij een ongeval het airbagsysteem in werking treedt.
Maar zo lang eCall niet automatisch of per knop actief wordt zendt het niets uit, en kan het ook niet op afstand gevolgd worden, stelt de Transportcommissie gerust. En verder zou het zo moeten worden dat een alarmcentrale altijd terugbelt in de landstaal van degene die alarm geeft. Vandaar dat sprake is van ‘aanpassing van alarmcentrales in Europa’.
Toch stelt de commissie ook dat eCall vervolgens aangesloten kan worden op ‘intelligente transportsystemen’, om bijvoorbeeld actuele verkeersinfo te ontvangen, of locaties waar trucks kunnen parkeren voor de verplichte rijpauzes.
Hellend vlak?
Er is vorig jaar al een eCall-karavaan door Europa getrokken om te tonen dat het werkt, dat in elk land een alarmcentrale bereikt wordt. Technisch is het niet zo’n probleem. Er zouden Europabreed tot 2500 levens per jaar gered kunnen worden, door 40 tot 50% snellere reactie van hulpdiensten bij ongevallen.
Waar het om gaat is wat er over de gegevensuitwisseling besloten wordt. Er is al vrees uitgesproken dat autofabrikanten een seintje naar hun eigen dealers kunnen toevoegen, zodat (alleen) die zich over de schadeauto kunnen ontfermen.
Moeilijk controleerbaar
Een heel stuk reëler lijkt de verleiding voor overheden om bij ‘verbinding met intelligente transportsystemen’ meteen te denken aan tolheffing of kilometerbeprijzing. Dus het eCall-kastje niet te laten slapen zo lang er geen ongeluk gebeurt.
Zo is het maar de vraag of het Europees Parlement kan garanderen dat het eCall-kastje onmogelijk van buitenaf te activeren is. Ook niet stiekem, bijvoorbeeld, door opsporingsdiensten zoals politie en douane die verdachten willen vinden of volgen.
Wie kan dat controleren, of zijn eCall echt constant in winterslaap ligt en geen piepje afgeeft? Anderzijds zou het logisch zijn controle van eCall in de APK op te nemen, of dit veiligheidssysteem wel werkt, net als de airbags.
Zo zit er nog heel wat vast aan een doodsimpel apparaatje van maar een paar euro. We houden het in de gaten. De invoering zal waarschijnlijk wel doorgaan, het gaat om de precieze specificaties die vastgesteld gaan worden.
Peter Fokker (Redactie AMT)
door
Redactie AMT
3 jul 2012