Kort geleden lichtte Ford al een tipje van de sluier op aangaande zijn eerste driecilinder motor, als afronding van de EcoBoost-familie. In de eerste helft van volgend jaar begint de levering, een beetje verrassend eerst in de nieuwe Focus. Met de prestaties van een 1.6, maar 20 g/km minder CO2-uitstoot. Wat zijn verder de laatste gegevens van deze motor?
Tegelijk met het ‘studiemodel’ B-Max lanceerde Ford officieel zijn eerste driecilinder motor. Dat was vorig jaar, waarbij haast niets naders over de motor werd losgelaten. De mini-mpv B-Max stond wel in zo goed als definitieve versie klaar, maar krijgt toch niet als eerste de nieuwe driecilinder.
Eerst komt hij in de Focus, wat later volgend jaar in de C-Max, en pas daarna komt de B-Max, ook met deze motor. Er verschijnen om te beginnen twee versies, een 1.0 met 74 of 88 kW.
Moderne turbo, klassiek gietijzer
Net als de grotere 1.6 en 2.0 EcoBoost-aggregaten krijgt de driecilinder directe injectie en een turbo. De laatste is van een nieuw superlicht ontwerp, zodat hij vrijwel zonder vertraging op toeren komt, tot dichtbij 250.000 t/min. De sterkste driepitter kan daardoor zijn maximum koppel van 170 Nm al bij 1300 t/min leveren, tot aan 4500 t/min.
Hieraan helpen twee verstelbare nokkenassen, met een vernieuwd en sneller reagerend verstelmechaniek. Ook de oliepomp is verstelbaar, wat de opbrengst betreft, evenals de aircocompressor.
Daarnaast is de koeling verstelbaar, die bedient eerst alleen de cilinderkop waarin het uitlaatspruitstuk is opgenomen. Koeling van de uitlaatzijde maakt het mogelijk tot aan hogere motorbelasting geen mengselverrijking (voor inwendige cilinderkoeling) toe te passen.
Bovendien is hier het motorblok van gietijzer, dat sneller opwarmt dan het aluminium blok van de grotere EcoBoost-motoren.
Dubbele onbalans
Van zichzelf loopt een driecilinder niet mooi rond, maar Ford wilde geen kosten en gewicht spenderen aan een balansas. In plaats daarvan zit er onbalans in vliegwiel en krukaspoelie, die de driecilinder onbalans vergaand zou moeten compenseren.
Verder krijgt de kleinste EcoBoost-motor start-stop, een generator voor regeneratief remmen, en een afsluitbare grille om luchtweerstand te verminderen.
Het heeft er alle schijn van dat de oude 1.6 viercilinder zonder en met Ti-VCT nokkenasverstelling zal moeten wijken. De 1.0 EcoBoost levert minstens dezelfde kracht. Bij de 74 kW versie wordt een vijfbak geleverd, de 88 kW krijgt een zesbak mee. De oudere 1.6 motoren staan te boek voor 135 tot 139 g/km CO2, de 1.0 EcoBoost komt in zijn zwakste versie onder 120 g/km, is dus omstreeks 15 % zuiniger.
Peter Fokker (Redactie AMT)