- Trefwoorden:
- Luchtmotor,
- MDI,
MDI-luchtmotor: luchtfietserij?
dinsdag 17 april 2007Iets uitvinden is één ding, daarvoor erkenning en steun krijgen nog heel wat anders. Dat ondervond ook Guy Nègre, oprichter van Moteur Developpement International en uitvinder van de MDI-luchtmotor. Zestien jaar verder lijken zijn CAT-luchtauto’s eindelijk in productie te kunnen gaan. Nee, ze vliegen niet, ze drááien op lucht.
In alle bescheidenheid meent Guy Nègre samen met zijn zoon Cyril dé motor van de toekomst te bieden. Daarvoor richtte hij in 1991 de Luxemburgse holding MDI op, om motortechniek voor de toekomst te ontwikkelen.
Twee jaar later had hij het spoor te pakken, het moest een motor worden die op druklucht werkte. Het eerste prototype van de MDI-motor werd getest. Via heel veel meer prototypes groeide daaruit in tien jaar motortype 34 P04, een productierijpe viercilinder.
Pompen met lucht
Het centrale idee van MDI is om perslucht te gebruiken in een zuigermotor, en daarmee alle luchtvervuiling door uitlaatgas uit te bannen. Er kwam een heleboel inventiviteit bij kijken om de meest effectieve luchtexpansie te realiseren, zodat je op een tank vol perslucht een redelijk stukje kunt rijden.
Uiteindelijk leidde dat tot een bijzonder, dubbel krukmechanisme om de zuiger zo lang mogelijk in het bovenste dode punt te houden. Dan kan de motor met name ook bij hoger toerental goed vollopen met druklucht. Het lukte om de zuiger gedurende 70 krukasgraden vrijwel in BDP te houden.
Hoe goed de expansie werkt blijkt wel bij de uitlaat. Daar is de lucht afgekoeld tot onder het vriespunt, hij komt met 0 tot -15 graden naar buiten. Gratis airco!
De MiniCAT
Toch maar benzine
Rond de CAT-luchtmotor (Compressed Air Technology) werkte MDI de lichte stadsautootjes CityCAT en MiniCAT uit. Een pk-monster maak je met alleen lucht niet. Het is uiteindelijk een soort luchtballon, je blaast hem op en laat hem geleidelijk weer leeglopen.
Om langer met de luchtvoorraad te doen, vooral als je je buiten de stad wilt wagen, kon Nègre toch niet om een echte brandstof heen. Geen nood, hij gebruikt die voor luchtverhitters. In de multicilinder-motor treedt meervoudige expansie op, als je nu tussen twee expansiefasen in de lucht opwarmt krijg je meer druk en meer prestaties.
Voor het opstoken van de lucht kan allerlei brandstof dienen. Als het niet explosief verbrandt, zoals in een zuigermotor, maar continu via een brander hoeft dat maar erg weinig vervelend uitlaatgas op te leveren.
Nu even serieus
Schattig allemaal, maar wat hebben we nou concreet? Motortype 34 is een viercilinder boxer met 800 cc slagvolume. Die levert 25 pk en 60 Nm koppel, zo ver we uit de behoorlijk warrige gegevens kunnen achterhalen. Hij draait op drie luchttanks met samen 90 kuub inhoud bij 300 bar luchtdruk.
Aan de luchtmotor is een elektromotor gekoppeld. Die dient als starter, als generator, en om de luchtmotor uit het stopcontact als compressor aan te drijven. Zo pomp je de luchttanks weer op. Dat duurt minstens drie tot vier uur, voor je bent volgetankt.
Tijdens het rijden werkt het elektrisch tuig bij snelheid minderen als generator, dus als motorrem. Eigen motorremwerking heeft de luchtmotor niet. Da’s mooi, terugwinning van remenergie.
Uit aluminium profiel en een kunststof carrosserie maakt MDI de geinige MiniCAT-driezitter van 2 meter 65 lang. De onaanzienlijke CityCAT is groter, 3 meter 84 lang, maar toch schijnt die hetzelfde te wegen als de MiniCAT, 750 kg. Zo ver we kunnen nagaan zouden deze CATs in en om de stad een goede honderd kilometer uit de voeten kunnen, met maximaal 110 km/h, op volgeblazen tanks.
De CityCAT
CATs voor India?
Eind vorig jaar sloeg MDI een grote slag, denken ze zelf, door een licentie te verkopen aan de Indiase automagnaat Ratan Tata. Die heeft een slordige miljard landgenoten om van hun sputterende tweetaktbrommertjes in een autootje te helpen. Dat moet voor weinig, snapt u wel. Tata is daartoe ook in de slag met Fiat.
Bij MDI hebben ze al wat ideeën, de OneCAT staat op papier. Dat zou een oersimpel modelletje moeten worden wat in open versie voor 3500 euro te maken zou zijn, en in iets nettere gesloten versie met sterkere motor voor 5300 euro. Een MiniCAT komt op 1300 euro meer, een CityCAT op 4000 euro meer, alles vóór belastingen.
Met benzine-ondersteunde luchtmotor voorspelt MDI voor de OneCAT 800 km actieradius, zo’n 1,5 l/100 km benzineverbruik en maar 30 tot 35 gram CO2 per kilometer. Heel goed nieuws voor het milieu in India. Maar zou het niet al enorm helpen als ze daar van walmende tweetakten in een béétje normaal benzine-autootje overstappen?
Zit er toekomst in lucht?
Wie niet bang is voor een stevig stukje puzzelen kan alles nazoeken op www.theaircar.com, waar de complete geschiedenis van MDI op staat. Het blijkt dat tot voor kort vooral uit Spaans sprekende landen belangstelling kwam. De familie Nègre komt uit Zuid-Frankrijk en bouwde daar in 2002 een fabriek.
Maar het blijft sindsdien nog bij proefmodellen. Een sympathieke gedachte, rijden op lucht. Ondanks weidse toekomstvisies van MDI, en een geweldige berg ontwikkelingswerk, staan ze niet verder dan dat je er een leuk stadskarretje mee kunt maken. Daar ziet na meer dan tien jaar noeste arbeid van MDI nog steeds geen enkele grote investeerder serieuze toekomst in. Het blijft een luchtballon, vrezen we. Prik…
Peter Fokker (Redactie Auto & Motor TECHNIEK)
